Einde inhoudsopgave
RvdW 2002, 146
Ruilverkaveling. Bezwaren tegen het proces-verbaal van aanwijzingen. Omvang rechterlijke toetsing.
HR 20-09-2002, ECLI:NL:PHR:2002:AE7843
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
20 september 2002
- Magistraten
E. Korthals Altes, P.J. van Amersfoort, J.W. van den Berge, J.C. van Oven, C.J.J. van Maanen
- Zaaknummer
1349
- Conclusie
A-G Ilsink
- LJN
AE7843
- Vakgebied(en)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2002:AE7843, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 20‑09‑2002
ECLI:NL:PHR:2002:AE7843, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑09‑2002
- Wetingang
Landinrichtingswet art. 210
Essentie
Ruilverkaveling. Bezwaren tegen het proces-verbaal van aanwijzingen. Omvang rechterlijke toetsing.
Samenvatting
Bij de beoordeling van het bezwaar van Janse tegen de aan de Lijst der geldelijke regelingen ten grondslag liggende aanwijzingen van de Centrale Landinrichtingscommissie heeft de Rechtbank zich terecht beperkt tot een beoordeling van de vraag of de in het Proces-verbaal van Aanwijzingen vervatte aanwijzingen van de Centrale Landinrichtingscommissie leiden tot willekeurige en onredelijke geldelijke regelingen, welke de wetgever bij de in art. 210, lid 3, Landinrichtingswet aan voormelde commissie gegeven bevoegdheid niet op het oog kan hebben gehad (vgl. HR 22 juni 1988, NJ 1988, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.