NJ 2002, 538
Waterleidingwet.
HR 12-10-2001, ECLI:NL:PHR:2001:ZD3018, m.nt. P.C.E. van Wijmen
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 oktober 2001
- Magistraten
E. Korthals Altes, D.H. Beukenhorst, L. Monné, P. Lourens, J.W. van den Berge
- Zaaknummer
1310
- Conclusie
A-G Wattel
- Noot
P.C.E. van Wijmen
- LJN
ZD3018
- JCDI
JCDI:ADS62762:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Bestuursrecht algemeen (V)
EU-recht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2001:ZD3018, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑10‑2001
ECLI:NL:PHR:2001:ZD3018, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 12‑10‑2001
- Wetingang
Essentie
Waterleidingwet. Reorganisatie openbare drinkwatervoorziening ingevolge Hoofdstuk Ⅲ Waterleidingwet. Klachten over schending artt. 30, 37, 52, 86 en 90 (thans 28, 31, 43, 82 en 86) EG Verdrag Ontvankelijkheid cassatieberoep. Verzuim inschrijving dagvaarding ter rolle. Middel gericht tegen tussenvonnis waartegen geen andere voorziening openstaat dan die in het belang van de wet. Niet vermelding van dat tussenvonnis in de ter griffie afgelegde verklaring als bedoeld in art. 36 lid 4 Waterleidingwet.
Samenvatting
De klachten over schending van de artt. 30, 37, 52, 86 en 90 (thans 28, 31, 43, 82 en 86) EG Verdrag falen.
Ook indien ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.