Ondernemingsrecht 1999, 64
HR, 23-06-1999, nr. 33580
HR 23-06-1999, ECLI:NL:PHR:1999:AA2786
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 juni 1999
- Zaaknummer
33580
- LJN
AA2786
- JCDI
JCDI:ADS227350:1
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1999:AA2786, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑06‑1999
ECLI:NL:PHR:1999:AA2786, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑06‑1999
Essentie
Inkomstenbelasting; opbrengst van aandelen
Toerekening fiscaal gestort kapitaal
Uitspraak
Feiten
Belanghebbende is opgericht in 1979 met een nominaal geplaatst aandelenkapitaal van ƒ 600 000, verdeeld in 600 aandelen van ƒ 1 000. Ter volstorting van deze aandelen zijn aandelen in drie werkmaatschappijen ingebracht. Ingevolge art. 44 Wet IB 1964 — bepalende dat bij storting door inbreng van aandelen slechts het op de ingebrachte aandelen gestorte kapitaal voor de heffing van inkomstenbelasting (en ingevolge art. 3 lid 2 Wet DB 1965 ook voor de heffing van dividendbelasting) in aanmerking wordt genomen — werd een gedeelte van de ingebrachte aandelen niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.