NJ 1998, 439
Nederlands recht toegepast op echtscheiding echtpaar dat zowel Marokkaanse als Nederlandse nationaliteit bezit; beroep op ‘litispendentie’ onvoldoende geadstrueerd
HR 14-11-1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2498
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
14 november 1997
- Magistraten
Royer, Korthals Altes, Neleman, Herrmann, Jansen
- Zaaknummer
8964
- Conclusie
A-G Strikwerda
- LJN
ZC2498
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:ZC2498, Uitspraak, Hoge Raad, 14‑11‑1997
- Wetingang
Rv (oud) art. 176; Rv (oud) art. 339; Rv (oud) art. 429n
Essentie
Nederlands recht toegepast op echtscheiding van echtpaar dat zowel de Marokkaanse als de Nederlandse nationaliteit bezit; beroep op ‘litispendentie’ onvoldoende geadstrueerd. Geïntimeerde die in eerste aanleg in gelijk is gesteld kan zonder instellen incidenteel appel zijn feitelijke stellingen aanvullen binnen de door het appel getrokken grenzen van de rechtsstrijd.
Samenvatting
Bij zijn inleidend verzoekschrift had de man verzocht tussen partijen die beiden de Marokkaanse nationaliteit hebben, echtscheiding met toepassing van Nederlands recht uit te spreken. Ten verweer hiertegen had de vrouw een beroep gedaan op litispendentie, daartoe aanvoerende, kort weergegeven, dat zij een gerechtvaardigd belang erbij heeft dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.