Einde inhoudsopgave
RvdW 1997, 33
HR, 24-01-1997, nr. 16191
HR 24-01-1997, ECLI:NL:HR:1997:ZC2259
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 januari 1997
- Magistraten
Roelvink, Mijnssen, Korthals Altes, Neleman, De Savornin Lohman, Asser
- Zaaknummer
16191
- LJN
ZC2259
- Vakgebied(en)
Juridische beroepen / Notaris
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1997:ZC2259, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑01‑1997
- Wetingang
Essentie
Bewijskracht akte. Notariële verklaring van erfrecht, vóór 1 januari 1992 opgemaakt in gebruikelijke vorm, geen authentieke akte.
Samenvatting
De wettelijke regeling van het bewijsrecht maakt een principieel onderscheid tussen authentieke en onderhandse akten (art. 183 Rv.) en kent uitsluitend aan authentieke akten dwingend bewijs toe met betrekking tot hetgeen de ambtenaar binnen de kring van zijn bevoegdheid omtrent zijn waarnemingen en verrichtingen heeft verklaard (art. 184 lid 1). Een vóór 1 januari 1992 in de destijds gebruikelijke vorm opgemaakte verklaring van erfrecht, zoals de onderhavige, voldoet niet aan de door de Wet op het Notarisambt voor ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.