Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 200
HR, 06-10-1995, nr. 15738
HR 06-10-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1833
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 oktober 1995
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Korthals Altes, Heemskerk, Swens-Donner
- Zaaknummer
15738
- LJN
ZC1833
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Verbintenissenrecht / Aansprakelijkheid
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1833, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑10‑1995
- Wetingang
BW art. 2:8; BW art. 6:162; Rv art. 177; Rv art. 400
Essentie
Ontvankelijkheid in cassatie. Stelplicht i.v.m. persoonlijk onrechtmatig handelen bestuurder.
Samenvatting
De Hoge Raad laat een overeenkomst op grond waarvan de onderhavige procedure zou worden geroyeerd buiten beschouwing nu de stukken niet op voorhand aan de advocaat van verweerders zijn toegezonden. Beroep op niet-ontvankelijkheid verworpen.
Mede gelet op het feit dat het in kort geding had te beslissen kon het Hof volstaan met aan te geven dat eiseres meer feiten en omstandigheden had moeten stellen om te kunnen concluderen dat verweerders persoonlijk onrechtmatig hebben gehandeld bij hun optreden namens ITP Holland in verband met de tussenkomst van deze vennootschap ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.