Einde inhoudsopgave
RvdW 1995, 161
HR, 24-07-1995, nr. 8708
HR 24-07-1995, ECLI:NL:HR:1995:ZC1793
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
24 juli 1995
- Magistraten
Hermans, Roelvink, Mout, Keijzer, Koster
- Zaaknummer
8708
- LJN
ZC1793
- Vakgebied(en)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Openbare orde en veiligheid / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1995:ZC1793, Uitspraak, Hoge Raad, 24‑07‑1995
- Wetingang
Essentie
Wet BOPZ. Vrijwillig verblijf. Relatieve bevoegdheid rechtbank bij vordering voorlopige machtiging. Machtiging voortgezet verblijf alleen na voorlopige machtiging. Geneesheer-directeur.
Samenvatting
Verblijf in een inrichting zonder dat een rechterlijke uitspraak of een last van de burgemeester van kracht was, moet worden aangemerkt als vrijwillig verblijf in de zin van art. 2 lid 1, tweede zin, Bopz.
Nu verzoeker te kennen gaf dit verblijf te willen beëindigen, deed zich het in art. 2 lid 4 bedoelde geval voor en volgt uit het bepaalde in art. 7 lid 1, laatste gedeelte, dat bevoegd is de rechtbank van het arrondissement waarin ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.