Einde inhoudsopgave
RvdW 1994, 190
HR, 30-09-1994, nr. 15449
HR 30-09-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1465
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
30 september 1994
- Magistraten
Martens, Roelvink, Neleman, Heemskerk, Swens-Donner
- Zaaknummer
15449
- LJN
ZC1465
- Vakgebied(en)
Verbintenissenrecht (V)
Insolventierecht / Faillissement
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1465, Uitspraak, Hoge Raad, 30‑09‑1994
- Wetingang
Essentie
Faillissementspauliana; onverplicht verrichte rechtshandeling; opeisbaarheid geldlening. Verpanding van ingevolge art. 42F. aan boedel terug te betalen bedrag aan andere schuldeiser en verrekening met door subrogatie verkregen vordering van die schuldeiser op de boedel.
Samenvatting
Vraag of terugbetaling van de lening onverplicht was in de zin van art. 42F.
's Hofs uitleg van de overeenkomst van geldlening komt erop neer dat de lening zonder voorafgaand overleg niet opeisbaar was. Deze uitleg geeft in de gegeven omstandigheden niet blijk van een onjuiste rechtsopvatting. Art. 7A:1797 BW staat aan 's Hofs uitleg niet in de weg, nu die bepaling partijen niet verbiedt aan de opeisbaarheid van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.