NJ 1994, 717
BOPZ / machtiging tot voortgezet verblijf / overgangsrecht / vrijwillig verblijf / geneeskundige verklaring; ondertekening door geneesheer-directeur.
HR 01-07-1994, ECLI:NL:HR:1994:ZC1419
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
1 juli 1994
- Magistraten
Snijders, Roelvink, Mijnssen, Neleman, Heemskerk, Asser
- Zaaknummer
8492
- LJN
ZC1419
- JCDI
JCDI:ADS114348:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Gezondheidsrecht / Algemeen
Openbare orde en veiligheid / Bijzondere onderwerpen
Personen- en familierecht / Bescherming meerderjarige
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1994:ZC1419, Uitspraak, Hoge Raad, 01‑07‑1994
- Wetingang
Essentie
Wet bijzondere opnemingen in psychiatrische ziekenhuizen. Machtiging tot voortgezet verblijf. Overgangsrecht. Vrijwillig verblijf. Geneeskundige verklaring; ondertekening door geneesheer-directeur.
Samenvatting
Ook machtigingen, verleend op grond van art. 17, 23 of 24 Krankzinnigenwet, waarvan de geldigheidsduur op 17 januari 1994 was verstreken doch aangaande welke een verlengingsverzoek of -vordering nog in behandeling was, moeten voor de toepassing van art. 74 BOPZ met de in het eerste lid van die bepaling bedoelde machtigingen worden gelijkgesteld.
Van een vrijwillig verblijf kan niet worden gesproken als niet vaststaat dat de betrokkene ervan in voldoende ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.