NJ 1993, 404
Erfdienstbaarheid van uitgang / Splitsing heersend erf / Gedogen
HR 07-05-1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC0946
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 mei 1993
- Magistraten
Snijders, Mijnssen, Davids, Heemskerk, Swens-Donner, De Vries Lentsch-Kostense
- Zaaknummer
14927
- LJN
ZC0946
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1993:ZC0946, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑05‑1993
- Wetingang
art. 737 lid 1 BW (oud); art. 750 BW (oud); art. 752 BW (oud)
Essentie
Erfdienstbaarheid van uitgang. Splitsing heersend erf. Gedogen.
Samenvatting
Noch uit art. 737 lid 1 BW (oud) noch uit enige andere wettelijke bepaling volgt dat splitsing van het heersende erf in twee gedeelten op zichzelf wijziging brengt in wat een bestaande erfdienstbaarheid blijkens de akte van vestiging inhoudt.
Het hof heeft feitelijk vastgesteld dat de eigenaar van het perceel dat wel een uitgang heeft in de gang niet aan eiser in cassatie de bevoegdheid heeft gegeven van zijn perceel gebruik te maken. Onder de term ‘bevoegdheid’ heeft het hof niet een gedogen begrepen. ‘Gedogen’ houdt immers in dat iemand ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.