Einde inhoudsopgave
RvdW 1985, 152
HR, 15-07-1985, nr. 6738
HR 15-07-1985, ECLI:NL:PHR:1985:AD5683
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
15 juli 1985
- Magistraten
Snijders, Royer, Van Den Blink, Hermans, Boekman
- Zaaknummer
6738
- LJN
AD5683
- Vakgebied(en)
Internationaal privaatrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1985:AD5683, Uitspraak, Hoge Raad, 15‑07‑1985
ECLI:NL:PHR:1985:AD5683, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 15‑07‑1985
- Wetingang
Executieverdrag Ned-Oostenrijk art. 3 lid 1 (6 febr. 1963, Trb. 1963, 51); EEX-Verdrag art. 5 aanhef onder 5°
Essentie
Tenuitvoerlegging in Nederland van Oostenrijks verstekvonnis. ‘Een onderneming of filiaal hebben’ in de Staat welks gerecht de beslissing heeft gegeven. Overdraging.
Samenvatting
Het enkele feit dat in Oostenrijk een rechtspersoon is gevestigd die een onderneming heeft en waarin de echtelieden Anand als aandeelhouders en T.S. Anand als enig directeur te zamen de zeggenschap hadden, brengt nog niet mee dat zij aldus zelf in Oostenrijk een onderneming hadden in de zin van voormelde bepaling met als gevolg dat op die grond, nadat zij door Huppmann als eiser voor de Oostenrijkse rechter waren overgedaagd, een aldus in Oostenrijk jegens hen ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.