NJ 1979, 630
HR, 06-04-1979, nr. 11398
HR 06-04-1979, ECLI:NL:PHR:1979:AB7334, m.nt. W.M. Kleyn
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
6 april 1979
- Magistraten
Dubbink, Ras, Minkenhof, Snijders, De Groot
- Zaaknummer
11398
- Noot
W.M. Kleyn
- LJN
AB7334
- JCDI
JCDI:ADS114082:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Erfrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1979:AB7334, Uitspraak, Hoge Raad, 06‑04‑1979
ECLI:NL:PHR:1979:AB7334, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑04‑1979
- Wetingang
BW art. 1132
Essentie
Erflater heeft bij leven aan twee zoons de blote eigendom overgedragen van onroerende goederen, die de zoons in pacht hadden, onder bepaling dat zij de waarden dier goederen in zijn nalatenschap moesten ‘inbrengen’. Vraag of de zoons rente van de ‘in te brengen’ bedragen vanaf het openvallen der nalatenschap verschuldigd zijn krachtens art. 1144 BW.
Samenvatting
Pp. zijn kinderen en erfgenamen bij versterf van een erflater, die tijdens zijn leven bij akte van 27–7–1968 de blote eigendom van enige onroerende goederen heeft overgedragen aan zijn zoons (thans eisers tot cassatie, tevens incidenteel verweerders), onder bepaling dat de zoons ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.