NJ 1976, 575
HR, 16-01-1976
HR 16-01-1976, ECLI:NL:PHR:1976:AC5674, m.nt. E.A.A. Luijten
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
16 januari 1976
- Magistraten
Wiarda, Ras, Van Der Linde, Minkenhof, Drion
- Zaaknummer
[1976-01-16/NJ_56045]
- Noot
E.A.A. Luijten
- LJN
AC5674
- JCDI
JCDI:ADS142837:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1976:AC5674, Uitspraak, Hoge Raad, 16‑01‑1976
ECLI:NL:PHR:1976:AC5674, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 16‑01‑1976
- Wetingang
BW art. 1:180
Essentie
Vraag of een voorziening als bedoeld in art. 180, lid 1, Boek 1 BW is getroffen die, gelet op de omstandigheden van het geval, ten opzichte van beide echtgenoten billijk is te achten.
Samenvatting
Noch in de wet, noch in de geschiedenis van de artt. 153 en 180 Boek 1 BW valt steun te vinden voor de stelling, dat de rechter bij beoordeling van de vraag of een bepaalde voorziening ter compensatie van de door echtscheiding teloor gaande pensioenverwachting van de vrouw ten opzichte van beide echtgenoten billijk is te achten, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.