NJ 1975, 332
HR, 08-11-1974
HR 08-11-1974, ECLI:NL:PHR:1974:AB4194
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
8 november 1974
- Magistraten
Wiarda, Ras, Van Der Linde, Minkenhof, Koster
- Zaaknummer
[1974-11-08/NJ_55287]
- LJN
AB4194
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1974:AB4194, Uitspraak, Hoge Raad, 08‑11‑1974
ECLI:NL:PHR:1974:AB4194, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 08‑11‑1974
- Wetingang
Rv (oud) art. 825d
Essentie
Grond voor verlaging van het bedrag, dat de rechter bij beschikking voor de duur van het geding heeft bepaald als het bedrag, dat de man voor het levensonderhoud van de vrouw moet betalen.
Samenvatting
Het Hof heeft geoordeeld dat het in het bestaan van schulden, welke het gevolg zijn van door de man na de vaststelling van de uitkering aan de vrouw zonder noodzaak aangegane verplichtingen, geen grond vindt tot het verlagen van de uitkering. Tot dit oordeel is het Hof zonder miskenning van enige rechtsregel kunnen komen.
Voorgaande uitspraak
VERZOEKSCHRIFT
Aan de Hoge Raad der Nederlanden. ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.