NJ 1974, 232
HR, 12-10-1973
HR 12-10-1973, ECLI:NL:PHR:1973:AD6922, m.nt. W.L. Haardt
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
12 oktober 1973
- Magistraten
Wiarda, Ras, Van Der Linde, Minkenhof, Drion
- Zaaknummer
[1973-10-12/NJ_54646]
- Noot
W.L. Haardt
- LJN
AD6922
- JCDI
JCDI:ADS113984:1
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Huurrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1973:AD6922, Uitspraak, Hoge Raad, 12‑10‑1973
ECLI:NL:PHR:1973:AD6922, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑10‑1973
- Wetingang
Wet 15 juni 1972 Stb. 305 art. II lid 7 derde volzin; Wet AB art. 14
Essentie
In hoeverre voorschrift van art. II, lid 7 derde volzin, Wet van 15 juni 1972, S. 305, niet van openbare orde is. Bijzonder geval waarin door gerekwestreerde in cassatie gedaan beroep op niet-inachtneming van termijn strijdig is met de goede trouw.
Samenvatting
Het voorschrift, vervat in de derde volzin van art. II, lid 7, Wet van 15 juni 1972, S. 305, voor zover het inhoudt dat een huurder een verzoek tot verlenging niet later dan uiterlijk twee maanden voor het einde van de verlengde termijn kan indienen, is uitsluitend geschreven in het belang van de verhuurder. In ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.