Einde inhoudsopgave
RvdW 2009, 557
Invordering. Bodembestlag strandpaviljoen. Verzet tegen verhaal ex art. 453 lid 3 Rv. Reikwijdte art. 22 Invorderingswet 1990; strandpaviljoen roerende zaak? Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
HR 17-04-2009, ECLI:NL:HR:2009:BH4061
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
17 april 2009
- Magistraten
Mrs. D.H. Beukenhorst, A.M.J. van Buchem-Spapens, E.J. Numann, J.C. van Oven, W.D.H. Asser
- Zaaknummer
C07/209HR
- Conclusie
A-G Huydecoper
- LJN
BH4061
- Vakgebied(en)
Belastingen van lagere overheden (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
Goederenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2009:BH4061, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 17‑04‑2009
ECLI:NL:PHR:2009:BH4061, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 20‑02‑2009
Essentie
Invordering. Bodembestlag strandpaviljoen. Verzet tegen verhaal ex art. 453 lid 3 Rv. Reikwijdte art. 22 Invorderingswet 1990; strandpaviljoen roerende zaak? Cassatieberoep verworpen met toepassing van art. 81 RO.
Partij(en)
[Eiseres], te [vestigingsplaats], eiseres tot cassatie, adv. mr. A.H.M. van den Steenhoven,
tegen
De Ontvanger van de Belastingdienst Amsterdam, te Amsterdam, verweerder in cassatie, adv. mr. J.W.H. van Wijk.
Voorgaande uitspraak
Hoge Raad:
1. Het geding in feitelijke instanties
De Ontvanger heeft bij exploot van 8 december 2004 [eiseres] gedagvaard voor de rechtbank Haarlem en gevorderd, kort gezegd, dat [eiseres] zal worden gelast de executoriale veiling ten laste van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.