HR 18 september 2001, ECLI:NL:HR:2001:AD3530, rov. 3.3.
HR (Parket), 23-01-2024, nr. 21/05337
ECLI:NL:PHR:2024:274
- Instantie
Hoge Raad (Parket)
- Datum
23-01-2024
- Zaaknummer
21/05337
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:PHR:2024:274, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 23‑01‑2024
Arrest Hoge Raad: ECLI:NL:HR:2024:362
Conclusie 23‑01‑2024
Inhoudsindicatie
Conclusie AG. Medeplegen diefstal (art. 311 Sr). Het middel bevat bewijsklachten over de toereikendheid van het bewijs, de weerlegging van een door de verdediging aangedragen alternatief scenario als de motivering van het medeplegen. Het middel faalt. De conclusie strekt tot verwerping van het beroep.
Partij(en)
PROCUREUR-GENERAAL
BIJ DE
HOGE RAAD DER NEDERLANDEN
Nummer 21/05337
Zitting 23 januari 2024
CONCLUSIE
T.N.B.M. Spronken
In de zaak
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1961,
hierna: de verdachte
1. Inleiding
1.1
De verdachte is bij arrest van 22 december 2021 door het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden, zittingsplaats Arnhem, wegens "diefstal door twee of meer verenigde personen", veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 weken, met aftrek als bedoeld in art. 27 Sr.
1.2
Het cassatieberoep is ingesteld namens de verdachte. A.A. Franken en J.L.F. Groenhuijsen, beiden advocaten te Amsterdam, hebben één middel van cassatie voorgesteld.
1.3
Het middel klaagt over de bewijsvoering van (het medeplegen) van de diefstal. Voordat ik het middel bespreek, geef ik eerst de bewezenverklaring, de bewijsmiddelen en de bewijsoverwegingen weer.
2. Bewezenverklaring, bewijsmiddelen en bewijsoverwegingen
2.1
Ten laste van de verdachte is bewezen verklaard dat:
“hij op 6 augustus 2019 te Goor, gemeente Hof van Twente tezamen en in vereniging met een ander een boormachine en meerdere accu's, die geheel aan een ander dan aan verdachte en zijn mededader toebehoorde, te weten aan Karwei, heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen;”
2.2
De bewezenverklaring berust op de volgende bewijsmiddelen (met weglating van verwijzingen):
“Door het hof gebezigde bewijsmiddelen
Hierna wordt telkens – tenzij anders vermeld – verwezen naar het in de wettelijke, vorm opgemaakt proces-verbaal van de politie Eenheid Oost-Nederland, district IJsselland, met registratienummer PL0600-2019348945, gesloten op 14 augustus 2019, opgemaakt door [verbalisant 1] , verbalisant.
1. Een proces-verbaal van aanhouding, opgemaakt door [verbalisant 2] , verbalisant, gesloten op 6 augustus 2019 […] voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Er werd gemeld dat door verdachte een boormachine was ontvreemd bij Karwei in Goor. De verdachte zou zijn weggereden in een grijze Seat lbiza, voorzien van het kenteken [kenteken 1] . Te 13:15 uur, van diezelfde dag zag ik deze auto rijden op het Goudriaanpad te Deventer. Ik gaf de bestuurder een stopteken waaraan hij voldeed. Ik zag dat er een manspersoon achter het stuur zat. Verder zag ik niemand in het voertuig. Vervolgens sprak ik de man aan en hield deze man staande. Op mijn verzoek legitimeerde hij zich als [verdachte] geboren [geboortedatum] 1961. Ik deelde deze man mede dat hij niet tot antwoorden was verplicht en deelde hem mede dat er kort geleden een boormachine was weggenomen in Goor. Ik zag dat de man uitstapte. Ik hoorde dat hij zei dat hij inderdaad in Goor was geweest.
Vervolgens zag ik dat hij mij een groene sporttas liet zien met daarin een aantal goederen, ik zag dat in de sporttas een groene Bosch boormachine zat.
2. Een proces-verbaal van aangifte van [aangever] namens Karwei, opgemaakt door [verbalisant 3] , verbalisant, gesloten op 6 augustus 2019 […] met twee afdrukken van de (door het hof ook in raadkamer bekeken) beelden […] voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Plaats delict : [a-straat 1] , [plaats] , binnen de gemeente Hof
van Twente
Op 6 augustus 2019, omstreeks 12:30 uur, was ik werkzaam bij de Karwei. In het gangpad, waar onder andere de badmatten en spiegels liggen, stond een man (nader te noemen man 1). Ik zag dat deze man zichtbaar schrok, het leek erop alsof deze man zich betrapt voelde. In het gangpad waar ik de man trof, zag ik een boormachine liggen. Ik zag dat deze boormachine uit de verpakking was gehaald, ik zag er ook 1 of 2 accu’s bij liggen. Ik heb deze boormachine even vast gehad en vervolgens op dezelfde plek weer teruggelegd, dus bij de spiegels.
Ik ben toen op deze man gaan letten in de winkel. Toen ik dat deed zag ik nog een man in de winkel lopen (nader te noemen man 2). Toen ik man 2 zag, herkende ik beide mannen van een eerder incident in de winkel.
Ik weet dat beide heren bij elkaar horen.
Bij het nakijken van de voorraad zag ik dat er inderdaad 1 boormachine mistte. Dit gaat om een Bosch accuboormachine (Universal Drill) met twee accu’s.
Ik zag dat beide mannen, afzonderlijk van elkaar, met een personenauto vertrokken. Dit ging om een grijze Seat Ibiza ST voorzien van kenteken: [kenteken 1] en een grijze Ford Focus met Hongaars kenteken, de [kenteken 2] .
Ik heb vervolgens nogmaals de beelden bekeken en zie op de bewakingsbeelden van het sanitair dat man 1 een koffer, behorende bij een accuboormachine, wegstopt tussen de badmatten.
Ik ben gaan kijken bij deze afdeling en zag inderdaad, de koffer behorende bij de weggenomen boormachine, daar liggen.
Ik heb beide mannen op beeld, ik herken ze ook op deze beelden.
3. Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 4] en [verbalisant 5] , verbalisanten, gesloten op 6 augustus 2019 […] voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Op 6 augustus 2019 bekeken wij de inhoud van de groene tas die onze collega in beslag had genomen bij verdachte [verdachte] . Wij zagen dat de volgende artikelen in de voornoemde tas zaten:
- Een groene accuschroefboormachine van het merk Bosch, inclusief twee accu’s en een laadstation;
Hierbij zij opgemerkt dat wij zagen dat de groene accuschroefboormachine van het merk Bosch volledig overeenkwam met het merk en type boormachine die was weggenomen bij de Karwei in Goor. Wij zagen verder dat voornoemde boormachine ook bij de Karwei verkocht werd met inbegrip van twee accu’s en een laadstation.
4. Een proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt door [verbalisant 6] , verbalisant, gesloten op [geboortedatum] 2019 […] voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Naar aanleiding van een aangifte terzake winkeldiefstal bij de Karwei te Goor werd nader onderzoek ingesteld en videobeelden van de diefstal uit de winkel uitgekeken.
Op de camerabeelden van 6 augustus 2019 is op de video 20190806_131004 te zien dat er bij tellerstand 00.03 zich twee manspersonen in het gangpad bevinden en dat één manspersoon belangstelling toont bij de afdeling kranen.
Hierna is te zien dat de manspersoon een tweetal doosjes uit de stelling bij de kranen wegneemt en hiermee het gangpad badmatten en douchegordijnen in loopt en buiten het zicht van de camera verdwijnt. Bij tellerstand 00.14 is te zien dat de tweede manspersoon ook hetzelfde gangpad van badmatten en douchegordijnen in loopt en ook buiten het zicht van de camera verdwijnt.
Bij tellerstand 00.21 is te zien dat de andere manspersoon welke eerder het gangpad in liep, zich achter in het gangpad bevind en hier niet duidelijk zichtbare handelingen verricht, dit terwijl de andere persoon duidelijk op de “uitkijk” staat. Op de camerabeelden van video “man loopt met boormachine in verpakking” is te zien dat de manspersoon die eerst niet duidelijk zichtbare handelingen verrichtte door het gangpad loopt en op korte afstand gevolgd wordt door de manspersoon die zich eerder bij de kranen ophield.”
2.3
Bovendien heeft het hof de volgende bewijsoverwegingen in het arrest opgenomen:
“[…]
Standpunt van de raadsvrouw (pleitnota overgelegd)
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat verdachte dient te worden vrijgesproken vanwege gebrek aan wettig en overtuigend bewijs. Het daderschap van verdachte kan niet worden vastgesteld. Er is geen link tussen de lege verpakking van de boormachine en verdachte en er is geen enkele concrete aanwijzing voor een wegnemingshandeling van verdachte. Er is geen hard bewijs van samenwerken van verdachte en de andere man. Verdachte en de andere man zijn in de gaten gehouden tot aan de auto’s en zij zijn in verschillende auto’s vertrokken. Bovendien is de boormachine die in de auto van verdachte wordt aangetroffen niet zonder meer de ontvreemde boormachine van Karwei. Het alternatief scenario dat verdachte die boormachine al in zijn auto had liggen toen hij Karwei binnen stapte, is niet uit te sluiten.
Oordeel van het hof
Het hof is van oordeel dat wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan diefstal. Het hof slaat acht op de gebezigde bewijsmiddelen, zoals deze later in de eventueel op te maken aanvulling op dit arrest zullen worden opgenomen. Het hof heeft geen reden om aan de juistheid en de betrouwbaarheid van de inhoud van die bewijsmiddelen te twijfelen.
Het hof overweegt in het bijzonder als volgt.
Uit het proces-verbaal van aangifte volgt dat op 6 augustus 2019 een groene Bosch boormachine is gestolen bij Karwei in Goor, gemeente Hof van Twente. Op 6 augustus 2019 omstreeks 12:30 uur liep de winkelmedewerker [aangever] met klanten naar de afdeling sanitair. In het gangpad waar onder andere de badmatten en spiegels liggen, stond een man die zichtbaar schrok. In datzelfde gangpad werden een boormachine die uit de verpakking was gehaald en één of twee accu’s aangetroffen. De winkelmedewerker is op de man gaan letten en zag toen verdachte in de winkel lopen. [aangever] herkende verdachte en de andere man van een eerdere diefstal in Karwei en wist dat deze mannen toen bij elkaar hoorden. Tijdens het nakijken van de voorraad constateerde de hij dat er één Bosch accuboormachine (Universal Drill) met twee accu’s mistte. Tijdens het uitkijken van de bewakingsbeelden heeft de winkelmedewerker gezien dat de andere man één koffer, behorende bij de accuboormachine, tussen de badmatten weg stopte. De koffer van de groene Bosch boormachine werd vervolgens tussen de badmatten aangetroffen. Verdachte en de andere man zijn afzonderlijk van elkaar met verschillende auto’s vertrokken. Verdachte vertrok in een grijze Seat Ibiza ST voorzien van kenteken [kenteken 1] . Volgens het proces-verbaal van aanhouding is verdachte op 6 augustus 2019 om 13:15 uur in de voornoemde auto staande gehouden. Dit was nog geen uur na de diefstal bij Karwei. In de auto bevond zich een groene sporttas met daarin onder meer een groene Bosch boormachine en twee accu’s. Uit het proces-verbaal van bevindingen van 6 augustus 2019 volgt dat de in de auto aangetroffen groene Bosch boormachine en accu’s overeenkwam met het merk en type boormachine die bij Karwei in Goor was gestolen.
Verdachte heeft ter terechtzitting in eerste aanleg verklaard dat hij met een boormachine in de winkel heeft rondgelopen, omdat hij wilde weten hoe duur de boormachine in Karwei was in vergelijking tot de boormachine die hij had gekocht in Beverwijk. Maar hij kon de prijs niet vinden en zag geen medewerker, waarna hij zijn zoektocht opgaf en de boormachine in een ander schap zou hebben achtergelaten. Het hof acht deze verklaring onaannemelijk nu de prijs ad € 149,- van de boormachine stond aangegeven op het desbetreffende schap en verdachte bij de politie heeft verklaard dat de boormachine bij de Karwei € 150,- kostte. Het hof heeft op de in het dossier bevindende foto’s waargenomen dat de prijs van de boormachine op het desbetreffende schap stond aangegeven. Verdachte kende de prijs dus.
Medeplegen
Uit het proces-verbaal van bevindingen van 14 augustus 2019 volgt dat verdachte en de andere man zich samen in een gangpad bevonden. Beide mannen liepen achter elkaar aan het gangpad met de badmatten in. Op de bewakingsbeelden is te zien dat verdachte de andere man op korte afstand volgde.
Het hof heeft in raadkamer kennisgenomen van de bewakingsbeelden van Karwei. Hierop is te zien dat verdachte en de andere man zich gezamenlijk in de winkel hebben begeven. Uit de bewakingsbeelden in samenhang met de verklaring van aangever leidt het hof af dat verdachte en de andere man samen waren. Gelet hierop en op het feit dat de andere man door de medewerker van Karwei bij de badmatten is gezien, en dat uit de beelden blijkt dat hij de koffer van de boormachine tussen de badmatten heeft gelegd, terwijl de boor uiteindelijk bij verdachte is aangetroffen, leidt het hof af dat sprake was van een nauwe en bewuste samenwerking, waardoor medeplegen wettig en overtuigend bewezen kan worden verklaard.”
3. Het middel
3.1
Het middel bevat de klacht dat de bewezenverklaring onjuist, onvoldoende en/of onbegrijpelijk is gemotiveerd en/of dat het hof is voorbijgegaan aan door de raadsvrouw naar voren gebrachte uitdrukkelijk onderbouwde standpunten. Het middel bestaat uit twee deelklachten. De eerste heeft betrekking heeft op de bewezenverklaring van de diefstal zelf en de tweede zich richt op de bewezenverklaring van het medeplegen.
3.2
De eerste deelklacht
3.2.1
In de eerste plaats wordt aangevoerd dat er geen bewijs is dat de verdachte de boormachine heeft gestolen (hij is op de camerabeelden niet met de boormachine gezien, evenmin is er bewijs dat hij de winkel met de boormachine heeft verlaten en uit de waarnemingen van de medewerker van Karwei kan geen betrokkenheid bij de diefstal worden afgeleid). Bovendien heeft het hof niet gemotiveerd waarom het onaannemelijk is dat de bij de verdachte aangetroffen boormachine door hem in Beverwijk is aangekocht (en dus niet uit Karwei is weggenomen) en evenmin waarom het tot de vaststelling is gekomen dat deze boormachine inderdaad de boormachine is die bij Karwei zou zijn ontvreemd.
3.2.2
De bewijsklacht raakt aan de selectie- en waarderingsvrijheid van de rechter, die in cassatie slechts marginaal kan worden getoetst.1.In onderhavige zaak is echter ook aangevoerd dat de in de auto van de verdachte aangetroffen boormachine door de verdachte elders is gekocht en niet de bij Karwei ontvreemde boormachine is. Deze lezing van de feiten is niet met een bewezenverklaring te verenigen, zodat van het hof geëist kan worden dat het dit alternatieve scenario weerlegt.2.
3.2.3
Ik ben van mening dat het hof dat gedaan heeft en dat de klacht op beide punten niet slaagt.
3.2.4
Het hof heeft het door de verdediging gevoerde verweer dat het niet is uit te sluiten dat de verdachte de boormachine al in zijn auto had liggen voordat hij Karwei binnenging gemotiveerd terzijde geschoven. Het hof heeft hierbij overwogen dat het de verklaring die de verdachte ter terechtzitting heeft afgelegd ter onderbouwing van dit scenario – te weten dat hij alleen in de winkel heeft rondgelopen met de boormachine, omdat hij wilde vragen hoe duur de boormachine bij Karwei was in vergelijking tot de boormachine die hij had gekocht in Beverwijk – onaannemelijk acht, mede omdat de prijs van de boormachine duidelijk stond aangegeven op het desbetreffende schap en de verdachte deze prijs ook heeft genoemd tijdens zijn verhoor bij de politie, waaruit volgt dat hij de prijs kende.
3.2.5
Daar komt bij dat uit de bewijsvoering blijkt dat:
- de winkelbediende heeft verklaard de verdachte en medeverdachte als duo te hebben herkend van een eerder incident in de winkel (bewijsmiddel 2);
- hij vervolgens de camerabeelden heeft bekeken en heeft gezien dat de medeverdachte een koffer behorende bij een accuboormachine heeft weggestopt tussen de badmatten (bewijsmiddel 2);
- dit deels wordt bevestigd door het proces-verbaal van het uitkijken van de camerabeelden waarin is geverbaliseerd dat de medeverdachte niet duidelijk zichtbare handelingen verricht achter in het gangpad, terwijl de verdachte op de “uitkijk” stond (bewijsmiddel 4);
- de verdachte en zijn medeverdachte vervolgens in verschillende auto’s zijn vertrokken, waarna bleek dat een accuboormachine met twee accu’s uit de voorraad ontbraken (bewijsmiddel 2) en;
- de verdachte nog geen uur later is staandegehouden in dezelfde auto waarin hij was weggereden van Karwei en dat in deze auto een boormachine, twee accu’s en een laadstation zijn aangetroffen, terwijl de boormachine qua merk en type overeenkomt met de boormachine die bij Karwei was weggenomen en deze boormachine daar verkocht wordt met inbegrip van twee accu’s en een laadstation (bewijsmiddel 1 in combinatie met bewijsmiddel 3), die eveneens in de auto zijn aangetroffen.
3.2.6
Kortom, het hof heeft de verwerping van het alternatieve scenario voldoende gemotiveerd. Voor zover de stellers van het middel nog aanvoeren dat de motivering van het hof tekortschiet, omdat de verklaring van de verdachte niet is “gefalsificeerd”, stellen zij een eis die het recht niet kent.
3.2.7
Uit de hiervoor uitgelichte bewijsmiddelen kon en mocht het hof ook afleiden dat de bij de verdachte aangetroffen boormachine inderdaad de boormachine is die bij Karwei is ontvreemd. Het argument dat het gezien het feit dat de verdachte in de gaten werd gehouden door het personeel hoogst onwaarschijnlijk is dat hij de kassa heeft weten te passeren met een boormachine doet hier niet aan af.
3.2.8
De eerste deelklacht faalt.
3.3
De tweede deelklacht
3.3.1
De tweede deelklacht ziet op het bewezen verklaarde medeplegen. Voorzover hierin de argumenten worden herhaald die ook onder de eerste deelklacht zijn aangevoerd, volsta ik met een verwijzing naar hetgeen ik hiervoor heb opgemerkt. Kort samengevat is ten aanzien van het medeplegen verder aangevoerd dat:
(i) het op de uitkijk staan onvoldoende is voor een bewezenverklaring van het medeplegen; (ii) ook het voorhanden hebben van de boormachine achteraf, gesteld dat dit de gestolen boormachine was, geen veroordeling voor medeplegen rechtvaardigt;
(iii) de verdachte en de medeverdachte in twee verschillende auto’s zijn weggereden, hetgeen een contra-indicatie voor medeplegen oplevert en
(iv) voor “samenwerking” in de zin van medeplegen van diefstal onvoldoende bewijs is.
3.3.2
Ook hierin volg ik de stellers van het middel niet. Het hof heeft overwogen dat het “[u]it de bewakingsbeelden in samenhang met de verklaring van aangever [af]leidt […] dat verdachte en de andere man samen waren”. Uit de verdere overwegingen van het hof, namelijk dat “[g]elet hierop en op het feit dat de andere man door de medewerker van Karwei bij de badmatten is gezien, en dat uit de beelden blijkt dat hij de koffer van de boormachine tussen de badmatten heeft gelegd, terwijl de boor uiteindelijk bij verdachte is aangetroffen” kan worden afgeleid dat het kennelijk van oordeel is dat sprake is van een voor een bewezenverklaring van medeplegen van diefstal vereiste nauwe en bewuste samenwerking.3.Deze motivering is wat mij betreft toereikend en niet onbegrijpelijk.
3.3.3
Uit de bewijsmiddelen blijkt immers dat de verdachte en medeverdachte zich gezamenlijk in de winkel bevonden (bewijsmiddel 2); de medeverdachte enige tijd later de koffer behorende bij de accuboormachine weg heeft gestopt tussen de batmatten, terwijl de verdachte op de uitkijk stond (bewijsmiddel 2 in combinatie met bewijsmiddel 4); de medeverdachte vervolgens weg is gelopen en op korte afstand werd gevolgd door de verdachte (bewijsmiddel 4) en dat de verdachte minder dan een uur later werd aangetroffen in dezelfde auto waarin hij is vertrokken (bewijsmiddel 1) in het bezit van een boormachine, twee accu’s en een laadstation die qua merk en type overeenkwamen met de boormachine die bij Karwei was weggenomen, waarbij ook van belang is dat deze boormachine wordt verkocht met twee accu’s en een laadstation (bewijsmiddel 1 in combinatie met bewijsmiddel 3) die eveneens in de auto zijn aangetroffen.
3.3.4
In het licht van het voorgaande is het niet van belang dat (buiten het feit dat hij op de uitkijk heeft gestaan) niet precies blijkt welke bijdrage de verdachte aan het wegnemen heeft geleverd. De door het hof vastgestelde gezamenlijke gedragingen van de verdachte en zijn medeverdachte zijn van voldoende gewicht om een gezamenlijke intentie te kunnen aannemen.4.Ook het argument dat de omstandigheid dat de verdachte en medeverdachte zijn weggereden in twee verschillende auto’s een contra-indicatie voor medeplegen oplevert, treft in het onderhavige geval dus geen doel.
3.3.5
De bewezenverklaring van het medeplegen van diefstal is dus niet onbegrijpelijk en toereikend gemotiveerd.
3.3.6
De tweede deelklacht faalt.
4. Slotsom
4.1
Het middel faalt en kan worden afgedaan met de aan art. 81 lid 1 RO ontleende motivering.
4.2
Ambtshalve merk ik op dat sinds het instellen van het cassatieberoep tot aan de datum van deze conclusie reeds ruim twee jaren zijn verstreken, zodat de redelijke termijn is overschreden.5.Gezien het feit dat aan de verdachte een gevangenisstraf van minder dan een maand is opgelegd, kan worden volstaan met de constatering dat inbreuk is gemaakt op art. 6 lid 1 EVRM.6.
4.3
Deze conclusie strekt ertoe dat de Hoge Raad zal constateren dat de redelijke termijn is overschreden en tot verwerping van het beroep.
De Procureur-Generaal
bij de Hoge Raad der Nederlanden
AG
Voetnoten
Voetnoten Conclusie 23‑01‑2024
HR 16 maart 2010, ECLI:NL:HR:2010:BK3359, NJ 2010/314, m.nt. Buruma, rov. 2.5.
Zie HR 14 maart 2023, ECLI:NL:HR:2023:394 waarin wordt verwezen naar HR 5 juli 2016, ECLI:NL:HR:2016:1316, NJ 2016/411, m.nt. Rozemond).
Vgl. de conclusie van AG Hofstee (onder 11) voor HR 19 september 2023, ECLI:NL:HR:2023:1257 (HR: art. 81 RO). Zie m.b.t. een gemeenschappelijke intentie/plan ook zijn conclusie (onder 10) voor HR 13 juli 2021, ECLI:NL:HR:2021:1080 (HR: art. 81 RO), de conclusies van AG Aben (onder 9-13) voor HR 4 februari 2020, ECLI:NL:HR:2020:187, NJ 2020/140, m.nt. Vellinga en zijn conclusie (onder 13-15) voor HR 31 maart 2020, ECLI:NL:HR:2020:544 (HR: art. 81 RO) en de conclusie van AG Bleichrodt (onder 36) voor HR 15 juni 2021, ECLI:NL:HR:2021:893 (HR: art. 81 RO). Zie ook de noot van Rozemond onder HR 20 september 2016, ECLI:NL:HR:2016:2126, NJ 2016/420.
HR 4 april 2023, ECLI:NL:HR:2023:464, rov. 4.
HR 17 juni 2008, ECLI:NL:HR:2008:BD2578, NJ 2008/358, m.nt. Mevis, rov. 3.6.2 onder c.