BA 2014/159
Bestuurlijke boete, grondwettelijke verweren, legaliteitsbeginsel, ne bis in idem, dubbele straf
RvS 09-07-2014, ECLI:NL:RVS:2014:2561
- Instantie
Raad van State
- Datum
9 juli 2014
- Zaaknummer
201311472/1/A3
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Algemeen
Bestuursprocesrecht / Algemeen
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2014:2561, Uitspraak, Raad van State, 09‑07‑2014
- Wetingang
Art. 5:4 lid 1, 5:44 lid 1 en 8:105 lid 1 Awb; art. 73 lid 3, 112 lid 2 en 139 lid 1 en lid 2 Grondwet; art. 30b Wet op de Raad van State; art. 142 Gemeentewet; Opiumwet; art. 68 Wetboek van Strafrecht (WvSr); art. 30 en 85a Huisvestingswet; art. 45 en 58a Regionale Huisvestingsverordening stadsgewest Haaglanden 2005; Richtlijn toepassing bestuursrechtelijke (dwang)middelen; art. 4 Zevende Protocol bij Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (Zevende Protocol EVRM)
Essentie
Bestuurlijke boete, grondwettelijke verweren, legaliteitsbeginsel, ne bis in idem, dubbele straf
Samenvatting
De wijziging van de Huisvestingsverordening, waarbij is voorzien in de bevoegdheid van het college om wegens overtreding van art. 30 Huisvestingswet een bestuurlijke boete op te leggen, is in 2010 bekendgemaakt op de op dat moment voorgeschreven wijze en is overeenkomstig art. 142 Gemeentewet in werking getreden. Er is [dan ook] geen aanleiding om te oordelen dat niet aan het uit het legaliteitsbeginsel voortvloeiende publicatievereiste is voldaan. Er bestaat voorts geen grond voor het oordeel dat de rechtbank ten onrechte heeft overwogen dat ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.