RAV 2025/22
Verzwijging. Kan een verzekeraar zich beroepen op verzwijging bij een breed geformuleerde vraag over het strafrechtelijk verleden, als voor de verzekeringnemer redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn welke informatie van hem werd verlangd?
HR 07-02-2025, ECLI:NL:HR:2025:186
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
7 februari 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, F.J.P. Lock, A.E.B. ter Heide, K. Teuben
- Zaaknummer
23/04442
- Conclusie
A-G mr. T. Hartlief
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD8322:1
- Vakgebied(en)
Verzekeringsrecht / Verzekeringsovereenkomst
Verzekeringsrecht / Schadeverzekering
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:186, Uitspraak, Hoge Raad, 07‑02‑2025
ECLI:NL:PHR:2024:1013, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 04‑10‑2024
Beroepschrift, Hoge Raad, 12‑06‑2024
- Wetingang
Art. 7:928 lid 5 BW
Essentie
Pakketverzekering. Verzwijging. Mededelingsplicht. Strafrechtelijk verleden. Niet voor misverstand vatbare termen.
Kan een verzekeraar zich beroepen op verzwijging bij een breed geformuleerde vraag over het strafrechtelijk verleden, als voor de verzekeringnemer redelijkerwijs duidelijk had moeten zijn welke informatie van hem werd verlangd?
Samenvatting
Astarte B.V. sluit in september 2007 bij NN een verzekering af. NN vraagt op het aanvraagformulier:
“Is sprake geweest van aanraking met politie/justitie ter zake van (verdenking van) het plegen van een misdrijf”. Uit de voorvragen blijkt dat deze vraag ziet op de gedragingen van de statutair bestuurder in de acht jaar voorafgaand aan het sluiten ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.