Het voorlopig getuigenverhoor
Einde inhoudsopgave
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/254:254 Voldoende processueel belang bij een vordering in de hoofdzaak
Het voorlopig getuigenverhoor (BPP nr. XVII) 2015/254
254 Voldoende processueel belang bij een vordering in de hoofdzaak
Documentgegevens:
Mr. E.F. Groot, datum 01-01-2015
- Datum
01-01-2015
- Auteur
Mr. E.F. Groot
- JCDI
JCDI:ADS452235:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Bewijs
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Voetnoten
HR 1 november 1996, ECLI:NL:HR:1996:ZC2185, NJ 1997, 134 (Blaauwbroek/Van Loon), vervolg op HR 29 oktober 1993, ECLI:NL:HR:1993:ZC1116, NJ 1994, 107 (Van Loon/Blaauwbroek - Kraaiende krielhanen).
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
De ratio van het vereiste van voldoende belang is dat een vordering of een verzoek niet nodeloos mag worden ingediend. Bij een ‘gewone’ vordering of een ‘gewoon’ verzoek in de hoofdzaak kan het processuele belang dan ook worden gevonden door het stellen van de vraag of toewijzing van de betreffende vordering of het betreffende verzoek de juridische positie van de eiser resp. verzoeker jegens de gedaagde resp. verweerder in positieve zin wijzigt. Een bevestigend antwoord op die vraagt levert voldoende processueel belang op. Een ontkennend antwoord leidt tot de conclusie dat processueel belang ontbreekt (zie par. 7.3). Zo had Van Loon na zijn verhuizing geen belang meer bij zijn aanvankelijke vordering tot het treffen van voorzieningen tegen de overlast van de kraaiende hanen van zijn buren. De positie van Van Loon zou bij toewijzing van zijn vordering niet verbeteren; Van Loon woonde niet meer naast de kraaiende hanen en het deed er daarom voor Van Loon niet meer toe of de hanen van zijn buurman al dan niet kraaiden.1