JWB 2015/292
Onteigeningsrecht
HR 14-08-2015, ECLI:NL:HR:2015:2195
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
14 augustus 2015
- Zaaknummer
13/05265
13/05839
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Onteigeningsrecht / Onteigening
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:2195, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 14‑08‑2015
ECLI:NL:HR:2015:183, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 30‑01‑2015
ECLI:NL:PHR:2014:1905, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 03‑10‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 23‑10‑2013
- Wetingang
Essentie
Onteigeningsrecht
Samenvatting
Casus:
Zoals de Hoge Raad heeft geoordeeld in zijn arrest van 24 juni 2005, ECLI:NL:HR:2005:AT2656, NJ 2006/240, strekt de benoeming van een derde op de voet van art. 20 lid 1 Ow ertoe het algemene belang van een snel en efficiënt verloop van het onteigeningsgeding te dienen, en daarmee in zoverre ook het belang van de onteigenende partij. De derde heeft na zijn benoeming de belangen van de bij koninklijk besluit aangewezen, inmiddels overleden eigenaar te dienen. Voorkomen moet worden dat het onteigeningsgeding wordt opgehouden doordat de rechter zou worden genoopt een beslissing te geven ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.