NJB 2022/2262
De wijze waarop de raadsman zich dient te stellen, art. 38 lid 5 en art. 40 lid 2 Sv: toepassing van HR 5 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2250. In casu heeft het hof juist geoordeeld dat ook indien de raadsman (nog) niet over een parketnummer beschikt, dit niet tot gevolg heeft dat de raadsman met het oog op het optreden als raadsman ter terechtzitting met een stelbrief aan het openbaar ministerie kan volstaan.
HR 27-09-2022, ECLI:NL:HR:2022:1318
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
27 september 2022
- Magistraten
Mrs. J. de Hullu, E.S.G.N.A.I. van de Griend en J.C.A.M. Claassens
- Zaaknummer
20/04139
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2022:1318, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 27‑09‑2022
ECLI:NL:PHR:2022:608, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 28‑06‑2022
- Wetingang
Essentie
De wijze waarop de raadsman zich dient te stellen, art. 38 lid 5 en art. 40 lid 2 Sv: toepassing van HR 5 september 2017, ECLI:NL:HR:2017:2250. In casu heeft het hof juist geoordeeld dat ook indien de raadsman (nog) niet over een parketnummer beschikt, dit niet tot gevolg heeft dat de raadsman met het oog op het optreden als raadsman ter terechtzitting met een stelbrief aan het openbaar ministerie kan volstaan.
Uitspraak
Inleiding
Het hof heeft in hoger beroep, met vernietiging van een bij verstek gewezen vonnis van de politierechter, de verdachte ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.