RCR 2025/71
Oneerlijk proceskostenbeding. Als sprake is van een oneerlijk proceskostenbeding in de zin van Richtlijn 93/13/EEG kan de consument, die in rechte in het ongelijk wordt gesteld, dan nog veroordeeld worden in de proceskosten op grond van nationaal procesrecht, ook al wijkt het proceskostenbeding juist af van dat procesrecht ten nadele van de consument?
HR 04-07-2025, ECLI:NL:HR:2025:1081
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
4 juli 2025
- Magistraten
Mrs. T.H. Tanja-van den Broek, C.E. du Perron, H.M. Wattendorff, G.C. Makkink, K. Teuben
- Zaaknummer
24/02783
- Conclusie
A-G mr. M.H. Wissink
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD29847:1
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Europees verbintenissenrecht
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:1081, Uitspraak, Hoge Raad, 04‑07‑2025
ECLI:NL:HR:2025:820, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:96, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑01‑2025
- Wetingang
Essentie
Oneerlijk proceskostenbeding. Consument.
Als sprake is van een oneerlijk proceskostenbeding in de zin van Richtlijn 93/13/EEG kan de consument, die in rechte in het ongelijk wordt gesteld, dan nog veroordeeld worden in de proceskosten op grond van nationaal procesrecht, ook al wijkt het proceskostenbeding juist af van dat procesrecht ten nadele van de consument?
Samenvatting
Woonstichting Lieven de Key heeft in eerste aanleg als verhuurder ontbinding gevorderd van een huurovereenkomst met ontruiming van het gehuurde. Daarbij heeft zij vergoeding gevorderd van de proceskosten. Huurder, een consument in de zin van Richtlijn 93/13/EEG, verschijnt niet ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.