JWB 2014/350
International privaatrecht, tenuitvoerlegging, burgerlijke en handelszaak
HR 26-09-2014, ECLI:NL:HR:2014:2816
- Instantie
Hoge Raad (Civiele kamer)
- Datum
26 september 2014
- Zaaknummer
14/00151
- Vakgebied(en)
Civiel recht algemeen (V)
Internationaal privaatrecht (V)
Burgerlijk procesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2014:2816, Uitspraak, Hoge Raad (Civiele kamer), 26‑09‑2014
ECLI:NL:PHR:2014:524, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 06‑06‑2014
Beroepschrift, Hoge Raad, 06‑01‑2014
- Wetingang
Art. 41 EEX-Verordening (Verordening (EG) No. 44/2001); art. 43 EEX-Vo; art. 53-55 EEX-Vo
Essentie
International privaatrecht, tenuitvoerlegging, burgerlijke en handelszaak
Samenvatting
Casus
De verzoeker tot cassatie is bij een vonnis van een Belgische rechter veroordeeld voor faillissementsmisdrijven gepleegd in het kader van het faillissement van een Belgische vennootschap. In dat vonnis is hij veroordeeld tot betaling van een schadevergoeding aan de verweerder in cassatie, de faillissementscurator van de desbetreffende Belgische vennootschap. De voorzieningenrechter van de rechtbank heeft het Belgische vonnis wat betreft de veroordeling tot betaling van schadevergoeding uitvoerbaar verklaard. De rechtbank heeft het daartegen aangewende rechtsmiddel van de verzoeker tot cassatie ongegrond verklaard.
Rechtsvraag
In cassatie komt de vraag aan de ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.