RAV 2025/51
Uitleveringsrecht. Mag de burgerlijke rechter zelfstandig toetsen of uitlevering van een persoon in strijd is met art. 6 EVRM, ook als de uitleveringsrechter eerder oordeelde dat daarvan geen sprake is?
HR 25-04-2025, ECLI:NL:HR:2025:592
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
25 april 2025
- Magistraten
Mrs. M.J. Kroeze, H.M. Wattendorff, M. Kuijer, A.E.B. ter Heide, F. Posthumus
- Zaaknummer
24/00465
- Conclusie
A-G mr. G. Snijders
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD16760:1
- Vakgebied(en)
Internationaal publiekrecht / Mensenrechten
Internationaal strafrecht / Uitlevering en overlevering
Burgerlijk procesrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Onrechtmatige daad
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2025:592, Uitspraak, Hoge Raad, 25‑04‑2025
ECLI:NL:PHR:2025:92, Conclusie, Hoge Raad (Parket), 24‑01‑2025
Beroepschrift, Hoge Raad, 13‑02‑2024
- Wetingang
Art. 6:162 BW; art. 6 EVRM
Essentie
Uitleveringsrecht.
Mag de burgerlijke rechter zelfstandig toetsen of uitlevering van een persoon in strijd is met art. 6 EVRM, ook als de uitleveringsrechter eerder oordeelde dat daarvan geen sprake is?
Samenvatting
In 1994 vond in Rwanda een genocide plaats waarbij circa 800.000 mensen omkwamen. Het Rwanda Tribunaal werd opgericht en kon zaken overdragen aan Rwanda, waar verdachten onder de zogeheten Transfer Law werden berecht. Verweerder in cassatie, geboren in 1955, kreeg in 2001 asiel in Nederland en in 2006 het Nederlanderschap, wat later is ingetrokken. Rwanda verzocht zijn uitlevering wegens betrokkenheid bij de genocide. De ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.