M en R 2002, 79
Vaststelling aflever- en opgebruiktermijn bestrijdingsmiddel geschorst
CBb 12-06-2001, ECLI:NL:CBB:2001:AB2068, m.nt. E.M. Vogelezang-Stoute
- Instantie
College van Beroep voor het bedrijfsleven
- Datum
12 juni 2001
- Magistraten
Winter
- Zaaknummer
AWB01/370
- Noot
E.M. Vogelezang-Stoute
- LJN
AB2068
- JCDI
JCDI:ADS880176:1
- Vakgebied(en)
Ruimtelijk bestuursrecht / Algemeen
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CBB:2001:AB2068, Uitspraak, College van Beroep voor het bedrijfsleven, 12‑06‑2001
- Wetingang
Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art. 2 lid 5; Bestrijdingsmiddelenwet 1962 art. 2 lid 6; EG-Richtlijn nr. 91/414 art. 4 lid 6; Reg. uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (oud) art. 2; Reg. uitvoering milieutoelatingseisen bestrijdingsmiddelen (oud) art. 2a
Essentie
Vaststelling aflever- en opgebruiktermijn bestrijdingsmiddel geschorst
Samenvatting
Toepassing van een ‘aflever- en opgebruiktermijn’ voor niet meer toegelaten bestrijdingsmiddelen. Ingevolge richtlijn 91/414/EEG kan een dergelijke termijn hoogstens worden vastgesteld in een situatie waarin de toelating door intrekking is beeindigd of in situaties die daarmee op een lijn moeten worden gesteld. Dat komt in wezen ook overeen met de oorspronkelijke bedoeling van de wetgever, aldus het voorlopig oordeel van de president. Schorsing CTB-besluiten die een ruimere invulling geven aan de bevoegdheid tot het vaststellen van een aflever- en opgebruiktermijn.
Partij(en)
- 1.
de Stichting Zuid-Hollandse Milieufederatie,
- 2.
de Stichting Natuur en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.