NJ 1995, 241
Indiening vordering in faillissement en gevolgen daarvan met betrekking tot stuiting verjaring tegen hoofdelijk medeschuldenaar van failliet
Hof 's-Gravenhage 18-01-1994, ECLI:NL:GHSGR:1994:AD2021
- Instantie
Hof 's-Gravenhage
- Datum
18 januari 1994
- Magistraten
Van Meerten, Van Schellen, Uhlenbeck-Lagerweij
- Zaaknummer
93/1132
- LJN
AD2021
- Vakgebied(en)
Onbekend (V)
Vermogensrecht / Rechtsvorderingen
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHSGR:1994:AD2021, Uitspraak, Hof 's-Gravenhage, 18‑01‑1994
- Wetingang
BW art. 2016 (oud); BW art. 2020 (oud); BW art. 3:316
Essentie
Indiening van een vordering in een faillissement en de gevolgen daarvan met betrekking tot de stuiting van de verjaring tegen een hoofdelijk medeschuldenaar van de failliet.
Samenvatting
Iedere in art. 2016 BW (oud) genoemde geldige stuitingsdaad jegens de ene hoofdelijk schuldenaar brengt stuiting van de verjaring jegens de overige hoofdelijke schuldenaren mee. Geen anticipatie op het nieuwe recht i.v.m. art. 120 Overgangswet BW.
Partij(en)
Friesch-Groningsche Hypotheekbank N.V., te Amasterdam/Utrecht, appellante, proc. mr. P.J.M. von Schmidt aud Altenstadt, adv. mr. H. van Son te Amsterdam,
tegen
M. Stemmerich, te Voorschoten, geïntimeerde, proc. mr. E. Grabandt, adv. mr. P.F. van ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.