Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.3.3.2
3.3.3.2 Overgang van de vordering
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS583628:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Vgl. ook art. 7:622 BW (loonbetaling).
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 645; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 211.
Tenzij de schuldenaar en de oude schuldeiser anders zijn overeengekomen (art. 6:115 BW). De nieuwe schuldeiser is gebonden aan dit beding, dat als nevenrecht met de vordering overgaat. Zie bijvoorbeeld, Hof Leeuwarden 30 september 2008, LJN: BF3937.
Vgl. M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 464-465; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 210-211; Asser/Mijnssen & De Haan 3-12006, nr. 290; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 16.5; Losbladige Verbintenissenrecht 2001 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:145, aant. 3.5; Hartkamp 2005, nr. 295-II. Zie ook Van Opstall 1963, p. 87, r.k.-88l.k.
Vgl. M. v .A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 464-465; Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 210-211; Asser/Mijnssen & De Haan 3-12006, nr. 290; Losbladige Verbintenissenrecht 2004 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:142, aant. 16.5; Losbladige Verbintenissenrecht 2001 (A.I.M. van Mierlo), art. 6:145, aant. 3.5; Hartkamp 2005, nr. 295-II. Zie ook Van Opstall 1963, p. 87, r.k.-88l.k.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 645; Losbladige Verbintenissenrecht 1993 (W.A.K. Rank), art. 6:117, aant. 2.1.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 466.
Zie M.v.A. II, Parl. Gesch. Boek 6, p. 465. Vergelijk art. 11:306 lid 1 PECL en art. III - 5:117 lid 1 DCFR op grond waarvan de nieuwe schuldeiser bij geldvorderingen verplicht is om de extra kosten van de schuldenaar voor zijn rekening te nemen. Bij andere vorderingen is de nieuwe schuldeiser gebonden aan de plaats van de oude schuldeiser. Zie het tweede lid van deze bepalingen.
In het geval dat niet een privatieve last, maar een gewone last tot inning is gegeven.
Vgl. Asser/Hartkamp & Sieburgh 6-II* 2009, nr. 211
Vgl. Kamerstukken II 2003-2004, 28 878, nr. 5, p. 11.
99. Bij een vordering tot aflevering van een zaak heeft de overgang van de vordering in beginsel geen gevolgen voor de plaats van nakoming. De plaats van aflevering is bij individueel bepaalde zaken immers afhankelijk van de plaats waar de zaak zich bij het ontstaan van de verbintenis bevond en bij soortzaken van de plaats van de schuldenaar (art. 6:41 BW).
Ook een vordering tot betaling van de koopsom heeft de overgang van de vordering in beginsel geen gevolgen voor de plaats van nakoming. Rust op de verkoper (de oude schuldeiser) nog de verplichting om de verkochte zaak af te leveren, dan kan de schuldenaar (de koper) de koopsom (blijven) betalen aan de plaats van de oude schuldeiser (de verkoper).1 Betaling moet immers geschieden ter plaatse van de aflevering (art. 7:26 lid 2 BW). De bepaling is van regelend recht, behalve bij een consumentenkoop, waar van deze bepaling niet ten nadele van de koper kan worden afgeweken (art. 7:6 lid1 BW).2
Bij andere verbintenissen tot betaling van een geldsom verandert door de overgang van de vordering de plaats van betaling wel.3 Geldschulden moet immers worden betaald aan de plaats van de schuldeiser (art. 6:116 lid 1 BW).4 Ook kunnen de schuldenaar en de oude schuldeiser zijn overeengekomen dat de zaak moet worden afgeleverd bij de schuldeiser (art. 6:115 BW). Het beding gaat als een nevenrecht met de vordering over; na de overgang is de plaats van de nieuwe schuldeiser bepalend.5 Heeft de oude schuldeiser bij een verbintenis tot betaling van een geldsom een andere plaats voor betaling aangewezen als bedoeld in art. 6:116 lid 2 BW, dan is de nieuwe schuldeiser daaraan gebonden.6 De nieuwe schuldeiser is na de overgang van de vordering uit hoofde van zijn schuldeiserschap bevoegd om een andere plaats van betaling aan te wijzen en daarmee ook een eerder door de oude schuldeiser aangewezen plaats van betaling te wijzigen.
Zou betaling op de andere plaats voor de schuldenaar door de overgang van de vordering aanmerkelijk bezwaarlijker worden, dan is art. 6:117 BW van toepassing.7 De schuldenaar kan jegens de nieuwe schuldeiser betaling opschorten totdat de nieuwe schuldeiser een andere plaats voor betaling heeft aangewezen, waaraan een zodanig bezwaar niet is verbonden.8 De nieuwe schuldeiser kan ook aan het opschortingsrecht ontkomen door de hogere kosten van de schuldenaar (art. 6:47 lid 1 BW) voor eigen rekening te nemen.9
Bij verbintenissen tot girale betalingen dient de nieuwe schuldeiser aan de schuldenaar zijn rekeningnummer door te geven op straffe van schuldeisersverzuim (art. 6:58 e.v. BW). Immers, heeft de schuldenaar niet het rekeningnummer van de schuldeiser, dan kan hij geen betalingen verrichten.
100. Op grond van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW kan bij de stille cessie de overgang van de vordering niet aan de schuldenaar worden tegengeworpen dan na mededeling door de stille cedent of de stille cessionaris. Leidt de overgang van de vordering tot een verandering in de plaats van aflevering of een verandering in de plaats van betaling, dan kan deze verandering derhalve niet aan de schuldenaar worden tegengeworpen tot het moment van mededeling door de stille cedent of de stille cessionaris. De wettelijke bepalingen zoals art. 6:116 BW alsmede de bedingen tussen de schuldenaar en de schuldeiser die spreken over de plaats van betaling van 'de schuldeiser' hebben op grond van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW tot het moment van mededeling betrekking op de stille cedent, en niet op de stille cessionaris, ook al is deze laatste de schuldeiser.
Is de stille cessionaris bevoegd om betalingen in on tv angst te nemen,10 heeft de schuldenaar wetenschap van de cessie en dient de schuldenaar te betalen aan de plaats van 'de schuldeiser', dan kan hij (in dit uitzonderlijke geval) aan de plaats van de stille cessionaris betalen. Als de schuldenaar kan kiezen aan wie hij kan betalen, aan de stille cedent of de stille cessionaris, bepaalt hij de plaats van betaling door de gene te kiezen aan wie hij wil betalen.11
De bevoegdheid om een andere plaats voor betaling aan te wijzen en de bevoegdheid om de betaling op een bepaalde rekening uit te sluiten komen vanaf het moment van de stille cessie in beginsel aan de stille cessionaris toe, omdat hij vanaf dat moment de nieuwe schuldeiser van de vordering is. Omdat de schuldenaar tot het moment van mededeling bevrijdend kan blijven betalen aan de stille cedent, behoeft de stille cessionaris geen nieuw rekeningnummer door te geven aan de schuldenaar. Zal hij de betalingen op een ander rekeningnummer willen laten plaatsvinden, dan dient hij de stille cedent dienovereenkomstig te instrueren.12