NJB 2013/2257:Ouderlijk vruchtgenot. Testamentair bewind. Bij testament van zijn overleden moeder is het erfdeel van een minderjarige onder bewind gesteld. De bewindvoerder bepaalt dat de gekweekte rente uit het onder bewind gestelde vermogen pas vanaf de leeftijd van 22 jaar aan de zoon mag worden uitgekeerd. De vader van de minderjarige doet een beroep op zijn ouderlijk vruchtgenot. HR: Gebruikmakend van de hem bij testament verleende bevoegdheid heeft de bewindvoerder bepaald dat de rente pas vanaf de leeftijd van 22 jaar aan de zoon mag worden uitgekeerd. Dat brengt mee dat de rente tot die tijd onder het verband van het bewind blijft rusten, zodat de zoon daarover nog niet kan beschikken. Daarom moet worden aangenomen dat ook de vader daarover niet op grond van het ouderlijk vruchtgenot kan beschikken.