AB 2018/344
Geen rechtens te honoreren verwachtingen; geen ondubbelzinnige toezeggingen; geen door gedogen opgewekt vertrouwen.
RvS 27-06-2018, ECLI:NL:RVS:2018:2134, m.nt. L.J.A. Damen
- Instantie
Raad van State
- Datum
27 juni 2018
- Magistraten
Mr. P.B.M.J. van der Beek-Gilissen
- Zaaknummer
201701733/1/A1
- Noot
L.J.A. Damen
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS929514:1
- Vakgebied(en)
Bestuursrecht algemeen / Handhaving algemeen
Bestuursrecht algemeen / Algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Omgevingsrecht / Handhaving
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2018:2134, Uitspraak, Raad van State, 27‑06‑2018
- Wetingang
Essentie
Geen rechtens te honoreren verwachtingen; geen ondubbelzinnige toezeggingen; geen door gedogen opgewekt vertrouwen.
Samenvatting
Voor een geslaagd beroep op het vertrouwensbeginsel is (…) nodig dat er aan het bestuursorgaan toe te rekenen concrete, ondubbelzinnige toezeggingen zijn gedaan door een daartoe bevoegd persoon, waaraan rechtens te honoreren verwachtingen kunnen worden ontleend.
De rechtbank heeft terecht geoordeeld dat appellante niet aannemelijk heeft gemaakt dat door een daartoe bevoegd persoon de concrete en ondubbelzinnige toezegging is gedaan dat de berging zonder de vereiste vergunning mocht blijven staan, dan wel dat daarvoor een vergunning in afwijking van het bestemmingsplan zou worden verleend, ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.