NJB 2015/1801
Klachtvereiste bij diefstal tussen echtgenoten, art. 316 Sr: indien het huwelijk tussen de verdachte en een ander ten tijde van de tenlastegelegde periode door echtscheiding is ontbonden, brengt dat mee dat de verdachte op het moment dat de strafvervolging tegen hem/haar is aangevangen niet de echtgeno(o)t(e) was van die ander als bedoeld in art. 316 lid 1 of lid 2 Sr. De in art. 316 lid 2 Sr bedoelde klacht is in zodanig geval niet vereist
HR 29-09-2015, ECLI:NL:HR:2015:2872
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
29 september 2015
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, B.C. de Savornin Lohman, Y. Buruma
- Zaaknummer
14/01388
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Materieel strafrecht / Delicten Wetboek van Strafrecht
Personen- en familierecht / Huwelijk, relaties en echtscheiding
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2015:2872, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 29‑09‑2015
ECLI:NL:PHR:2015:1188, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 12‑05‑2015
- Wetingang
(Sr art. 316)
Essentie
Klachtvereiste bij diefstal tussen echtgenoten, art. 316 Sr: indien het huwelijk tussen de verdachte en een ander ten tijde van de tenlastegelegde periode door echtscheiding is ontbonden, brengt dat mee dat de verdachte op het moment dat de strafvervolging tegen hem/haar is aangevangen niet de echtgeno(o)t(e) was van die ander als bedoeld in art. 316 lid 1 of lid 2 Sr. De in art. 316 lid 2 Sr bedoelde klacht is in zodanig geval niet vereist
Uitspraak
Inleiding:
Verdachte is veroordeeld omdat zij – kort gezegd – ‘op tijdstippen gelegen in de periode van 3 augustus 2011 tot en met ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.