NJB 2024/1131
De staatssecretaris hoeft geen belangenafweging in de zin van artikel 8 van het EVRM te maken als in het kader van het familie- en gezinsleven bijkomende elementen van afhankelijkheid ontbreken.
ABRvS 27-03-2024, ECLI:NL:RVS:2024:1188
- Instantie
Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State
- Datum
27 maart 2024
- Magistraten
Mrs. Wissels, Kuijer, Schipper-Spanninga
- Zaaknummer
202207185/1/V1
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Vreemdelingenrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2024:1188, Uitspraak, Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, 27‑03‑2024
- Wetingang
(art. 8 EVRM)
Essentie
De staatssecretaris hoeft geen belangenafweging in de zin van artikel 8 van het EVRM te maken als in het kader van het familie- en gezinsleven bijkomende elementen van afhankelijkheid ontbreken.
Partij(en)
Uitspraak op het hoger beroep van de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, appellant, tegen de uitspraak van de Rechtbank Den Haag, zittingsplaats Amsterdam, van 1 december 2022 in zaak nr. NL22.11176 in het geding tussen: [de vreemdeling] en de staatssecretaris.
Uitspraak
Procesverloop
Bij besluiten van 24 mei 2019 en 31 mei 2019 heeft de staatssecretaris een aanvraag om de vreemdeling een machtiging tot voorlopig ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.