NJF 2024/484
Studiekostenbeding. Beroepsopleiding Advocatuur. Advocatenkantoor. Advocaat-stagiaire. Prejudiciële vragen Hoge Raad.
Hof Den Haag 22-10-2024, ECLI:NL:GHDHA:2024:1877
- Instantie
Hof Den Haag
- Datum
22 oktober 2024
- Magistraten
Mrs. C.A. Joustra, H.J. van Harten, J.S. Honée
- Zaaknummer
200.340.178/01
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Juridische beroepen / Advocaat
- Brondocumenten
ECLI:NL:GHDHA:2024:1877, Uitspraak, Hof Den Haag, 22‑10‑2024
- Wetingang
Art. 7:611a BW; art. 392 Rv
Essentie
Studiekostenbeding. Beroepsopleiding Advocatuur. Advocatenkantoor. Advocaat-stagiaire. Prejudiciële vragen Hoge Raad.
Redactie: Deze arbeidsrechtelijke uitspraak wordt bij uitzondering opgenomen vanwege de relevantie van de gestelde prejudiciële vragen voor een belangrijk deel van de lezers.
Samenvatting
De achtergrond van de prejudiciële vragen wordt gevormd door een arbeidsrechtelijk geschil tussen een advocatenkantoor en een advocaat-stagiaire. Het gaat om de vraag of het overeengekomen studiekostenbeding voor de Beroepsopleiding Advocatuur nietig is op grond van art. 7:611a lid 4 BW. De NOvA is als belanghebbende aangemerkt. Het doel is om duidelijkheid te verkrijgen over de vraag of de kosten van de Beroepsopleiding Advocatuur ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.