M en R 2015/57
Wijze waarop de rechter een bomenbeheerplan moet toetsen.
RvS 11-02-2015, ECLI:NL:RVS:2015:350, m.nt. F.C.S. Warendorf
- Instantie
Raad van State
- Datum
11 februari 2015
- Magistraten
Lubberdink, Michiels, Kramer
- Zaaknummer
201402115/1/A3
- Noot
F.C.S. Warendorf
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:ADS920444:1
- Vakgebied(en)
Milieurecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:RVS:2015:350, Uitspraak, Raad van State, 11‑02‑2015
- Wetingang
(art. 2.2 lid 1 aanhef en onder g Wabo; art. 2 en 5 Bomenverordening 2010; art. 3:2 en 3:4 Awb)
Essentie
Wijze waarop de rechter een bomenbeheerplan moet toetsen.
Samenvatting
Het bomenbeheerplan is in zijn geheel een op rechtsgevolg gerichte publiekrechtelijke beslissing, aangezien als gevolg van de vaststelling ervan het kapverbod en de vergunningplicht voor de 184 in het plan aangewezen bomen buiten werking worden gesteld. Concretiserend besluit van algemene strekking. De rechter dient, ingeval een bomenbeheerplan ter toetsing voorligt, te beoordelen of het bestuursorgaan in redelijkheid het bomenbeheerplan heeft kunnen vaststellen. Beoordeeld dient te worden of het bestuursorgaan alle betrokken belangen heeft meegenomen en of het deze belangen in redelijkheid heeft afgewogen overeenkomstig art. 3:2 Awb en ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.