RSV 2012/266
Schriftelijkheidsvereiste voor werkgever geldende opzegtermijn
CRvB 18-07-2012, ECLI:NL:CRVB:2012:BX2526
- Instantie
Centrale Raad van Beroep
- Datum
18 juli 2012
- Magistraten
mrs. Van den Hurk, Rottier en Greebe
- Zaaknummer
11-3436 WW
- LJN
BX2526
- Vakgebied(en)
Sociale zekerheid werkloosheid / Algemeen
Arbeidsrecht / Arbeidsovereenkomstenrecht
Sociale zekerheid algemeen (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:CRVB:2012:BX2526, Uitspraak, Centrale Raad van Beroep, 18‑07‑2012
- Wetingang
Werkloosheidswet (WW) art. 16 lid 3; Burgerlijk wetboek (BW) art. 7:672 lid 6
Essentie
Schriftelijkheidsvereiste voor werkgever geldende opzegtermijn
Samenvatting
Betrokkene was met zijn werkgever een opzegtermijn van twee maanden overeengekomen. Over de lengte van de opzegtermijn van de werkgever was niets overeengekomen.
Toen de arbeidsovereenkomst beëindigd was met wederzijds goedvinden en betrokkene een WW-uitkering aanvroeg, ging het UWV bij de bepaling van de fictieve opzegtermijn uit van een voor de werkgever geldende opzegtermijn van het dubbele van de met de werknemer overeengekomen opzegtermijn: vier maanden. Het UWV is hiertoe van mening dat het wettelijk schriftelijkheidsvereiste alleen op de voor de werknemer geldende opzegtermijn van toepassing is.
De Raad is echter ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.