NJ 1924, p. 817
Faillissement van den man. Beteekenis en strekking van art. 61 F.W. in het bizonder van het vierde lid. Geschiedenis. Bewijs door voldoende bescheiden ten genoege van den rechter [vruchten en inkomsten uit de goederen der vrouw].
HR 23-05-1924, ECLI:NL:HR:1924:130 (Smalhout/De Haan, Faillissement van den man)
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
23 mei 1924
- Magistraten
Mrs. Bosch, Hesse, Kosters, Ort en van Gelein Vitringa
- Zaaknummer
[23051924/NJ_1924,_p._817]
- Conclusie
Conclusie van den Advocaat-Generaal Mr. Ledeboer.
- Roepnaam
Smalhout/De Haan
Faillissement van den man
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Insolventierecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:1924:130, Uitspraak, Hoge Raad, 23‑05‑1924
- Wetingang
(BW art. 201; Fw art. 61.)
Essentie
Faillissement van den man. Beteekenis en strekking van art. 61 F.W. in het bizonder van het vierde lid. Geschiedenis. Bewijs door voldoende bescheiden ten genoege van den rechter [vruchten en inkomsten uit de goederen der vrouw].
Samenvatting
De strekking van art. 61, 4e lid Fw. is om, met erkenning van deugdelijk gestaafde rechten der vrouw, de schuldeischers van den gefailleerden mm tegen knoeierijen der echtelieden te beschermen.
Niet de eigendom der goederen is het punt van beslissing, maar het al of niet behooren tot de failliete massa. (Anders Concl. Adv.-Gen.).
Het vierde lid van art. 61 ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.