NJB 2018/1370:Landinrichting. Kwaliteitsverschillen. In een landinrichtingsproject dient een perceeleigenaar op grond van de door de uitvoeringscommissie vastgestelde lijst der geldelijke regelingen (LGR) een bedrag te betalen wegens overbedeling. De perceeleigenaar stelt zich op het standpunt dat slechts verschillen in oppervlakte tussen ingebrachte kavels en toegedeelde kavels in aanmerking komen voor verrekening via de LGR en dat het in strijd met de wet is om ook kwaliteitsverschillen via de LGR te verrekenen. Hoge Raad: Volgens het stelsel van de wet dienen alle voor- en nadelen als gevolg van de ruiling via de LGR te worden verrekend. Het gaat daarbij niet alleen om verschillen in oppervlakte, maar ook om eventuele verschillen in gebruikswaarde of kwaliteit. Het feit dat de ingebrachte en de toegedeelde kavels in dezelfde klasse van bodemgeschiktheid vallen, laat onverlet dat sprake kan zijn van een (voor verrekening via de LGR in aanmerking komend) verschil in gebruikswaarde of kwaliteit tussen de ingebrachte en de toegedeelde kavels