Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/3.5.1
3.5.1 Procesbevoegdheid algemeen / Afbakening
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS588298:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Voetnoten
Voetnoten
Naast de bevoegdheid om een dagvaarding uit te brengen (art. 78 e.v. Rv, art. 111 e.v. Rv) omvat de procesbevoegdheid de bevoegdheid om na het uitbrengen van de dagvaarding de benodigde akten en conclusies te nemen (art. 133 Rv); de bevoegdheid om getuigen en deskundigen op te roepen (art. 163e.v. Rv); de bevoegdheid om pleidooi te voeren (art. 134 Rv); de bevoegdheid om verzet in te stellen tegen een uitspraak die is gedaan bij verstek (art. 143 Rv); de bevoegdheid om hoger beroep (art. 332 e.v. Rv) en cassatie (art. 398 e.v. Rv) in te stellen; de bevoegdheid om reële executie (art. 3:299 e.v. BW), lijfsdwang (art. 585 e.v. Rv) of een dwangsom (art. 611a e.v. Rv) te vorderen; en de bevoegdheid om een verkregen executoriale titel ten uitvoer te laten leggen (art. 3:298 BW en art. 430 e.v. Rv). De procesbevoegdheid omvat ook de bevoegdheid om een advocaat of procesgemachtigde in te schakelen, en (zo nodig) andere procedures te voeren dan een normale dagvaardingsprocedure, zoals een verzoekschriftprocedure (art. 261 e.v. Rv), een arbitrageprocedure (art. 1020 e.v. Rv), een kortgedingprocedure (art. 254 Rv), een deelgeschillenprocedure (art. 1019w e.v. Rv), alsmede de bevoegdheid om een vordering ter verificatie in faillissement in te dienen (art. 108 e.v. Fw) en een renvooiprocedure (art. 122 Fw) te voeren.
115. In deze paragraaf staat de procesbevoegdheid centraal. De bevoegdheid om een rechtsvordering in te stellen jegens de schuldenaar (art. 3:296 BW) is bij vorderingen op naam de bevoegdheid om in rechte van de schuldenaar nakoming te vorderen. Deze procesbevoegdheid is onder te verdelen in verschillende procesrechtelijke bevoegdheden die nodig zijn om een eenmaal aanhangig gemaakte procedure tot een goed einde te kunnen brengen.1
In de regel zal aan de kant van de schuldeiser de procedure aanhangig worden gemaakt. Hij treedt op als eiser. Bij het instellen van een rechtsmiddel, zoals verzet, hoger beroep en cassatie, kan de schuldenaar ook als eiser optreden en de schuldeiser als gedaagde. De schuldeiser, of meer algemeen: de ten aanzien van de vordering procesbevoegde persoon, is bevoegd om als eiser en als gedaagde op te treden.
De bespreking van de procesbevoegdheid in deze studie beperkt zich tot dagvaardingsprocedures die in Nederland aanhangig worden gemaakt en waarop Nederlands recht van toepassing is. Andere procedures, zoals arbitrages en verzoekschriftprocedures, alsmede internationaal privaatrechtelijke kwesties blijven buiten beschouwing.
116. De volgende vragen komen aan bod: In wiens naam wordt de procedure gevoerd? Dient de stille cedent kenbaar te maken dat hij voor rekening en in het belang van de stille cessionaris procedeert (par. 3.5.3)? Wie is procesbevoegd? Op welke wijze kan de stille cessionaris in de procedure komen (par. 3.5.4-3.5.6)? Welke rechter is bevoegd (par. 3.5.7)? Wat zijn processuele rechten en verplichtingen van de stille cedent en de stille cessionaris (par. 3.5.8)? Wie is bevoegd om een eis in reconventie in te stellen jegens de schuldenaar (par. 3.5.9)? Wie is door een uitspraak gebonden? Aan wie komt de bevoegdheid toe om een executoriale titel ten uitvoer te leggen (par. 3.5.10)? In de laatste paragraaf (par. 3.5.11) wordt nader ingegaan op de procesbevoegdheid in het faillissement van de schuldenaar van de stil gecedeerde vordering. Hieronder komt eerst de vraag aan bod wie als de procespartij dient te worden aangemerkt.