V-N 2026/9.27
Hoge Raad corrigeert in eindarrest proceskostenveroordeling voor Staat
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:237, m.nt. Redactie Vakstudie Nieuws
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/04692 bis
- Noot
Redactie Vakstudie Nieuws
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD46475:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Griffierecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:237, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
- Wetingang
Essentie
De Hoge Raad herstelt in het eindarrest de beslissing uit het tussenarrest om de Staat te veroordelen in de proceskosten van X in hoger beroep, voor zover deze zien op het incidentele hoger beroep.
Samenvatting
X stelt beroep in tegen een WOZ-beschikking. Rechtbank Noord-Holland verklaart het beroep ongegrond, maar kent X wel een immateriëleschadevergoeding (ISV) toe van € 500. Hof Amsterdam verklaart het principale hoger beroep van X gegrond, omdat de rechtbank ten onrechte geen griffierechtvergoeding heeft toegekend. Het incidentele hoger beroep van de heffingsambtenaar slaagt eveneens: de ISV wordt gematigd tot € 50. De Hoge ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.