Rechtsgevolgen van stille cessie
Einde inhoudsopgave
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.8.4:10.8.4 Conclusie
Rechtsgevolgen van stille cessie (O&R nr. 65) 2011/10.8.4
10.8.4 Conclusie
Documentgegevens:
J.W.A. Biemans, datum 01-07-2011
- Datum
01-07-2011
- Auteur
J.W.A. Biemans
- JCDI
JCDI:ADS583663:1
- Vakgebied(en)
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Algemeen
Verbintenissenrecht / Overgang en tenietgaan verbintenissen
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
655. Bij de stille cessie verkrijgt de stille cessionaris de vordering door overdracht. Tegenvorderingen uit dezelfde onderliggende overeenkomst gaan om die reden niet op de stille cessionaris over. De stille cedent is niet als inningsbevoegde derde, maar blijft als de oorspronkelijke schuldenaar voor deze verplichtingen aansprakelijk.
De verplichtingen die voortvloeien uit het schuldeiserschap en de nevenrechten gaan in beginsel op de stille cessionaris over. Zolang de stille cedent de stil gecedeerde vordering en de daaraan verbonden nevenrechten blijft uitoefenen, blijven deze verplichtingen evenwel op hem rusten in zijn hoedanigheid als inningsbevoegde derde. De verplichtingen zijn méér verbonden aan de inningsbevoegdheid en bevoegdheid om de aan de vordering verbonden zekerheidsrechten uit te oefenen, dan aan het schuldeiserschap zelf. Art. 6:144 lid 1 BW blijft tot het moment van mededeling in beginsel buiten toepassing, in zoverre dat niet de stille cessionaris, maar de stille cedent aansprakelijk is voor de nakoming van de verplichtingen. Dat de schuldenaar de stille cedent aansprakelijk kan stellen, volgt ook uit art. 3:94 lid 3 BW. Schiet de stille cedent tekort in de nakoming van zijn verplichtingen, dan kan de schuldenaar de stille cessionaris aanspreken. De stille cessionaris in zijn hoedanigheid van schuldeiser en lastgever dient in te staan voor de nakoming van de verplichtingen door de stille cedent. Vanaf het moment van mededeling komen de verplichtingen op de cessionaris te rusten. Vanaf dat moment is art. 6:144 lid 1 BW van toepassing en staat de cedent jegens de schuldenaar in voor de nakoming door de cessionaris van deze verplichtingen.
Voor de proceskostenveroordeling geldt dat de schuldenaar zich zowel op de stille cessionaris kan verhalen als materiële procespartij, als op de stille cedent op grond van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW.
Bij vernietiging of ontbinding kan de schuldenaar die aan de stille cedent heeft betaald hem op grond van de tweede zin van art. 3:94 lid 3 BW aanspreken op grond van zijn verbintenis uit onverschuldigde betaling of zijn ongedaanmakingsverbintenis. De schuldenaar kan beide vorderingen ook tegen de stille cedent instellen zonder een beroep te doen op art. 3:94 lid 3 BW, tenzij de stille cedent als lasthebber het geïnde aan de stille cessionaris heeft doorbetaald in een periode waarin hij redelijkerwijze met de verplichting tot terugbetaling geen rekening behoefde te houden. Is aan de stille cessionaris doorbetaald, dan kan de schuldenaar de stille cessionaris op grond van ongerechtvaardigde verrijking aanspreken.