Rb. Amsterdam, 11-04-2024, nr. C/13/748411 FA RK 24-20217
ECLI:NL:RBAMS:2024:4502
- Instantie
Rechtbank Amsterdam
- Datum
11-04-2024
- Zaaknummer
C/13/748411 FA RK 24-20217
- Vakgebied(en)
Burgerlijk procesrecht (V)
Personen- en familierecht (V)
- Brondocumenten en formele relaties
ECLI:NL:RBAMS:2024:4502, Uitspraak, Rechtbank Amsterdam, 11‑04‑2024; (Beschikking)
Uitspraak 11‑04‑2024
Inhoudsindicatie
beroep wilsbekwaam verzet afgewezen
Partij(en)
beschikking
667748 / FA RK 19.3587
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling privaatrecht Team Familie & Jeugd
zaaknummer / rekestnummer: C/13/748411 FA RK 24-20217
kenmerk: ZM/IND/130666
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van 11 april 2024 van de rechtbank Amsterdam naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene] ,
geboren [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] ,
wonende [adres 1] ,
verblijvende te [adres 2] ,
hierna te noemen: betrokkene,
advocaat: mr. C.J. Nierop.
1. Procesverloop
Het procesverloop blijkt uit het verzoekschrift met bijlagen, ingekomen ter griffie op 26 maart 2024.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 11 april 2024, in het gebouw van de rechtbank Amsterdam, Parnassusweg 280.
Tijdens de mondelinge behandeling heeft de rechtbank de volgende personen gehoord:
- bovengenoemde advocaat;
- case-manager, [naam] .
Omdat de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig acht, is hij niet ter zitting verschenen.
De advocaat deelt mee dat betrokkene niet komt omdat hij niet bij de mondelinge behandeling aanwezig wil zijn. De advocaat heeft wel contact met betrokkene gehad en voelt zich gemachtigd om namens hem een standpunt in te nemen. De rechtbank zal de behandeling daarom buiten aanwezigheid van betrokkene voortzetten.
2. Beoordeling
2.1.
Uit de overgelegde stukken en de mondelinge behandeling is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
2.2.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in:
• levensgevaar;
• ernstig lichamelijk letsel;
• ernstige psychische schade;
• ernstige immateriële schade;
• maatschappelijke teloorgang;
• de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept.
2.3.
De advocaat heeft een beroep gedaan op wilsbekwaam verzet, zonder te specificeren tegen welke vorm van zorg zich dit richt. De advocaat voert aan dat in de zorgmachtiging onvoldoende concreet onderbouwd is dat er sprake is van levensgevaar dan wel dat er een aanzienlijk risico voor anderen is. Naar het oordeel van de rechtbank is in de medische verklaring door de psychiater voldoende uiteengezet dat betrokkene in het verleden meermaals agressief is geweest naar anderen ten tijde van een psychose en dat betrokkene tijdens een psychose erg geladen en prikkelbaar zijn, wat kan resulteren in verbale en fysieke agressie naar anderen en tot levensgevaar en/of lichamelijke schade bij anderen. De rechtbank zal het beroep op wilsbekwaam verzet dan ook niet honoreren.
2.4.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig.
2.5.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn. Anders dan de advocaat is de rechtbank van oordeel dat er op dit moment onvoldoende vertrouwen is in de consistentie van de bereidheid van betrokkene tot behandeling en het nemen van medicatie. Betrokkene is ambivalent ten opzichte van medicatie. Medicatie wil hij in tabletvorm en niet meer in depotvorm, terwijl het depot een goed effect heeft. De case-manager heeft tijdens de zitting hierover toegelicht dat het feit dat betrokkene geen actief verzet pleegt niet betekent dat hij meewerkt aan zijn behandeling.
2.6.
Om die reden is verplichte zorg nodig. Van de in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg, die zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur, acht de rechtbank de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk:
- -
toedienen van medicatie voor de duur van 12 maanden;
- -
het verrichten van medische controles voor de duur van 12 maanden
- -
beperken van de bewegingsvrijheid voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 3 maanden per toepassing;
- -
insluiten voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 3 dagen per toepassing;
- -
uitoefenen van toezicht op betrokkene voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 3 dagen per toepassing;
- -
onderzoek aan kleding of lichaam voor de duur van 12 maanden;
- -
onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen voor de duur van 12 maanden;
- -
controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen voor de duur van 12 maanden;
- -
aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen voor de duur van 12 maanden;
- -
opnemen in een accommodatie voor de duur van 12 maanden, telkens voor maximaal 3 maanden per toepassing.
2.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
2.8.
De verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
2.9.
Hetgeen verder namens betrokkene als verweer is aangevoerd doet aan het voorgaande niet af.
2.10.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De zorgmachtiging zal worden verleend voor de (verzochte) duur van 12 maanden.
3. Beslissing
De rechtbank:
verleent een zorgmachtiging ten aanzien van [betrokkene] , geboren [geboortedatum] 1983 in [geboorteplaats] , inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de in rechtsoverweging 2.6 genoemde maatregelen kunnen worden getroffen;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 11 april 2025;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is op 11 april 2024 mondeling gegeven door mr. M.J.M. Marseille, rechter, en in het openbaar uitgesproken, bijgestaan door M.E. Langewisch, als griffier en op 12 april 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.