FED 2026/35
Herstel beslissing veroordeling in de proceskosten.
HR 13-02-2026, ECLI:NL:HR:2026:237, m.nt. mr. M.H.W.N. Lammers
- Instantie
Hoge Raad
- Datum
13 februari 2026
- Magistraten
Mrs. Van Eijsden, Feteris, Boerlage, Van der Voort Maarschalk, Van Roij
- Zaaknummer
24/04692 bis
- Noot
mr. M.H.W.N. Lammers
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- JCDI
JCDI:BSD52635:1
- Vakgebied(en)
Waardering onroerende zaken (V)
Fiscaal procesrecht (V)
Fiscaal bestuursrecht / Algemeen
Fiscaal procesrecht / Griffierecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2026:237, Uitspraak, Hoge Raad, 13‑02‑2026
- Wetingang
Essentie
Herstel beslissing veroordeling in de proceskosten.
Samenvatting
In eerste aanleg had de rechtbank een immateriële schadevergoeding toegekend van € 500 wegens overschrijding van de redelijke termijn. Daarbij verdeelde de rechtbank deze vergoeding over de heffingsambtenaar (€ 417) en de Staat (€ 83). Belanghebbende en de heffingsambtenaar zijn vervolgens in hoger beroep gegaan. Het Hof heeft de immateriële schadevergoeding in hoger beroep beperkt tot € 50 (€ 42 voor de heffingsambtenaar en € 8 voor de Staat). Bij tussenbeslissing van 12 december 2025 heeft de Hoge Raad de beslissing van het Hof vernietigd en geoordeeld dat de beslissing van de rechtbank overeind moet blijven. Daarbij heeft ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.