Zekerheid voor leverancierskrediet
Einde inhoudsopgave
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.6:12.6 Conclusie en rechtsvergelijking
Zekerheid voor leverancierskrediet (O&R nr. 117) 2019/12.6
12.6 Conclusie en rechtsvergelijking
Documentgegevens:
mr. K.W.C. Geurts, datum 01-10-2019
- Datum
01-10-2019
- Auteur
mr. K.W.C. Geurts
- JCDI
JCDI:ADS90989:1
- Vakgebied(en)
Insolventierecht / Faillissement
Goederenrecht / Verkrijging en verlies
Verbintenissenrecht / Overeenkomst
Toon alle voetnoten
Voetnoten
Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
Een bevoegde doorverkoop doet de voorrangspositie van de leverancier met betrekking tot de geleverde zaak vervallen. Een onbevoegde doorverkoop om baat aan een te goeder trouw zijnde afnemer die de zaak anders dan cp geleverd krijgt, heeft hetzelfde gevolg.1
Door de doorverkoop ontstaat een vordering op de afnemer die het economische surrogaat vormt van de geleverde zaak. In het Duitse, Belgische en Amerikaanse recht ‘verlengt’ de voorrangspositie van de leverancier zich in beginsel tot dit economische surrogaat. Dit wordt op verschillende wijzen vormgegeven.
In het Duitse recht bedingt de leverancier dat de koper de vordering uit doorverkoop tot zekerheid aan hem cedeert door middel van een Eigentumsvorbehalt mit Vorausabtretungsklausel. Door het BGH is voorrang toegekend aan deze zekerheidscessie voor een eerder overeengekomen alomvattende zekerheidscessie (Globalzession). De nauwe band die de voorrangspositie van de leverancier met betrekking tot de geleverde zaken rechtvaardigt, vormt ook de grondslag en rechtvaardiging voor de voorrangspositie met betrekking tot de vordering uit de doorverkoop van deze zaken.2
In het Belgische recht verkrijgt de leverancier van rechtswege een eigendomsrecht en voorrecht op de vordering uit doorverkoop. Andere schuldeisers van de koper verkrijgen geen of een lager gerangschikt zekerheidsrecht op deze vordering (art. 58 Pandwet). Op deze wijze ‘verlengt’ de voorrangspositie zich tot het economische surrogaat. Evenals in het Duitse recht rechtvaardigt de nauwe band tussen de gesecureerde vordering en de vordering uit doorverkoop als surrogaat van de geleverde zaak de verlenging van de voorrangspositie.3
Ook het Amerikaanse recht kent een wettelijke regeling van substitutie bij doorverkoop. Een purchase-money security interest op de geleverde zaak komt te rusten op de vordering uit doorverkoop of op het chattel paper. In beginsel behoudt de leverancier zijn voorrangspositie, omdat de purchase-money security interest superprioriteit heeft. Het wordt een herhaling, maar ook in dit geval rechtvaardigt de closenexus tussen de gesecureerde vordering en het surrogaat van de geleverde zaak de verlenging van de voorrangspositie van de leverancier. Hierop geldt echter voor beide typen opbrengsten één uitzondering.4 Ten eerste neemt de purchase-money security interest op een vordering rang naar het moment van voltooiing als het gaat om de doorverkoop van inventory. Doorgaans heeft een geldkredietverstrekker eerder een zekerheidsrecht (bij voorbaat) op de vordering voltooid, waardoor de leverancier een tweede zekerheidsrecht verkrijgt. Dit is een bewuste afweging van de ontwerpers van Article 9 UCC. Het belang van de kredietverstrekker die financiering verstrekt op basis van zekerheid op vorderingen wordt beschermd ten koste van de leverancier. Op deze wijze beoogt Article 9 UCC om de financiering op basis van vorderingen te faciliteren en stimuleren.5 Ten tweede kan de purchase-money security interest op chattel paper van rang wisselen met een zekerheidsrecht dat is gevestigd ten gunste van een financier die te goeder trouw nieuw krediet verstrekt, handelt in zijn normale bedrijfsuitoefening en het chattel paper in zijn bezit of onder zijn controle heeft. Ook aan dit resultaat ligt een belangenafweging ten grondslag. De verstrekking van nieuw krediet wordt gefaciliteerd ten koste van de leverancier.6
In het Nederlandse recht ‘verlengt’ de voorrangspositie van de leverancier zich niet van rechtswege tot de vordering uit doorverkoop, anders dan in het Belgische en Amerikaanse recht. De leverancier moet een pandrecht bedingen op de vordering. Voor de vestiging gelden een aantal vestigingsformaliteiten en de leverancier is daarbij afhankelijk van medewerking van de koper. Het grootste nadeel voor de leverancier is echter dat een eerder (bij voorbaat) gevestigd pandrecht rang neemt voor het pandrecht van de leverancier. Anders dan in het Duitse recht is er geen rechtspraak (evenmin als wettelijke bepaling) die voorrang toekent aan het zekerheidsrecht van de leverancier op het surrogaat van de geleverde zaak.7 In het Nederlandse recht bevindt de leverancier zich bij doorverkoop dus in het algemeen in een slechtere positie dan in de andere drie rechtsstelsels.