JONDR 2021/65
HR, 10-11-2020, nr. 18/04416
HR 10-11-2020, ECLI:NL:HR:2020:1753
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
10 november 2020
- Zaaknummer
18/04416
- Vakgebied(en)
Ondernemingsrecht / Rechtspersonenrecht
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2020:1753, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 10‑11‑2020
ECLI:NL:PHR:2020:725, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 25‑08‑2020
Beroepschrift, Hoge Raad, 28‑08‑2019
- Wetingang
Essentie
Het oordeel dat het hawalabankieren in de onderhavige zaak kan worden begrepen als het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener als bedoeld in art. 2:3a lid 1 Wft is niet onjuist.
Uitspraak
Van het uitoefenen van het bedrijf van betaaldienstverlener als bedoeld in art 2:3a lid 1 Wft is o.a. sprake als de verdachte zijn bedrijf maakt van het verlenen van betaaldiensten bestaande uit het uitvoeren van geldtransfers waarbij geldbedragen worden overgemaakt en/of geldmiddelen worden ontvangen en beschikbaar gesteld zoals bedoeld in art. 4 Richtlijn 2007/64/EG. Voor het verrichten van een betaaldienst ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.