RvdW 2023/928:Opzetheling motorscooter, art. 416 lid 1 sub a Sr. Vrijspraak in eerste aanleg. Bewijsklacht. Kan uit ’s hofs bewijsvoering worden afgeleid dat verdachte t.t.v. voorhanden krijgen van motorscooter wist dat deze van diefstal afkomstig was? HR: Om redenen vermeld in CAG leidt middel niet tot cassatie. CAG: In zijn bewijsoverweging heeft hof (mede n.a.v. een door verdediging gevoerd verweer) uitgelegd waarom het bewezen acht dat verdachte bij voorhanden krijgen van motorscooter heeft geweten dat deze van misdrijf afkomstig was. Daarbij heeft hof betrokken dat motorscooter van diefstal afkomstig was, dat contactslot van motorscooter ontbrak en dat op die plek slechts een gat van ongeveer 1,5 centimeter zichtbaar was. Hof heeft vervolgens vastgesteld dat cilinderslot en sleutel die bij verdachte werden aangetroffen niet horen bij motorscooter, waarmee verklaring dat verdachte pas bij het op slot zetten van motorscooter merkte dat cilinderslot van motorscooter los zat, wordt weerlegd. Daaruit kon hof afleiden dat motorscooter niet op reguliere wijze, met bijpassende sleutel, kon worden gestart. Die vaststelling is niet onbegrijpelijk. Hof heeft verklaring van verdachte, inhoudende dat hij scooter heeft gestart met startknop, als ongeloofwaardig terzijde geschoven. Hof heeft vervolgens o.g.v. voorgaande vastgesteld dat verdachte bij voorhanden krijgen van motorscooter reeds moet hebben gezien dat origineel cilinderslot ontbrak. Uit die omstandigheid heeft hof kunnen afleiden dat verdachte bij voorhanden krijgen van motorscooter wist dat deze uit misdrijf afkomstig was. Bewezenverklaring is aldus toereikend gemotiveerd. Volgt verwerping.