Einde inhoudsopgave
RvdW 2016/545
HR: art. 80a RO. Conclusie over belang van verdachte bij klacht dat in de cassatieprocedure de redelijke termijn is overschreden.
HR 12-04-2016, ECLI:NL:HR:2016:626
- Instantie
Hoge Raad (Strafkamer)
- Datum
12 april 2016
- Magistraten
Mrs. W.A.M. van Schendel, V. van den Brink, A.L.J. van Strien
- Zaaknummer
15/03441
- Conclusie
A-G mr. T.N.B.M. Spronken
- Folio weergave
- Deze functie is alleen te gebruiken als je bent ingelogd.
- Vakgebied(en)
Strafrecht algemeen (V)
Internationaal strafrecht (V)
Strafprocesrecht (V)
- Brondocumenten
ECLI:NL:HR:2016:626, Uitspraak, Hoge Raad (Strafkamer), 12‑04‑2016
ECLI:NL:PHR:2016:216, Conclusie, Hoge Raad (Advocaat-Generaal), 22‑03‑2016
Essentie
HR: art. 80a RO. Conclusie over belang van verdachte bij klacht dat in de cassatieprocedure de redelijke termijn is overschreden.
Partij(en)
Arrest op het beroep in cassatie tegen een arrest van het Gerechtshof 's-Hertogenbosch van 28 februari 2014, nummer 20/003952-11, in de strafzaak tegen: [verdachte]. Adv.: mr. R.J. Baumgardt, te Spijkenisse.
Conclusie
Conclusie A-G mr. T.N.B.M. Spronken:
De Hoge Raad heeft bij uitspraak van 20 september 2011 het arrest van het gerechtshof ’s-Hertogenbosch van 10 april 2009 vernietigd ter zake van het onder 2.3 aan verdachte tenlastegelegde en de strafoplegging, en heeft de zaak ... Verder lezen? Log in om dit document te bekijken.